3.1.2 FaillissementWie komt in aanmerking voor de faillissementsregeling? Deze regeling is van toepassing op handelaars en handelsvennootschappen. De handelaar kan failliet verklaard worden wanneer hij zich bevindt in staat van faillissement. Men spreekt van `staat van faillissement' wanneer 2 voorwaarden vervuld zijn:
Het is ook mogelijk dat de ondernemer zelf de boeken neerlegt op de griffie van de rechtbank van koophandel: dit heet faillissement "op bekentenis" of "op aangifte". Voor het neerleggen op bekentenis of aangifte hebt u volgendd stukken nodig. De balans, de boekhouding en de jaarrekening (of een nota met uitleg waarom het onmogelijk is die documenten te tonen;) De balans bevat
Als de aangever de laatste 18 maanden personeel had,
Wie kan het faillissement vorderen? Een faillissement kan niet alleen op verzoek van de schuldenaar, maar ook op verzoek van de schuldeisers en zelfs op verzoek van het Openbaar Ministerie, dat het algemeen belang vertegenwoordigt. Als handelaar ben je verplicht om, binnen de maand nadat je de betalingen hebt stopgezet, hiervan aangifte te doen op de griffie van de bevoegde rechtbank. De bevoegde rechtbank is de rechtbank van koophandel waar de handelaar zijn hoofdvestiging heeft. Verder verloop van de procedure
Opgelet: Sinds de laatste wijziging van de faillissementswetgeving is de verschoonbaarheid van natuurlijke personen het principe. (Voorheen was dit eerder uitzondering). Sociaal statuut van een gefailleerde: de faillissementsverzekering als tijdelijk vervangingsinkomen. Om zich in regel te stellen na het faillissement kan je een beroep doen op de faillissementsverzekering. Deze verzekering houdt in, dat je gedurende maximaal 12 maanden recht hebt op een uitkering. Het bedrag is vanaf 1 juli 2007 gekoppeld aan het minimumpensioen voor zelfstandigen. Op dit moment (september 2011) bedraagt dit 1007.10 € voor een gerechtigde zonder gezinslast en 1310.30 € per maand voor een gerechtigde met gezinslast. Bovendien behoud je het recht op geneeskundige zorgen en kinderbijslag voor een periode van 4 kwartalen, zonder betaling van bijdragen. De aanvraag wordt ingediend bij het sociaal verzekeringsfonds. We raden de gefailleerden steeds aan om deze uitkering zo snel mogelijk (en binnen de wettelijke periode) aan te vragen. Deze uitkering is bedoeld voor gefailleerden, die na hun faillissement geen enkel ander inkomen hebben. Indien de gefailleerde onmiddellijk na zijn faillissement in loondienst gaat werken, dan wordt de aanvraag geregistreerd, maar niet uitgekeerd, omdat er een nieuw inkomen is. Indien de werkgever de gefailleerde immers binnen de 12 maanden ontslaat, kan de gefailleerde terug beroep doen op deze uitkering. Toepasbaarheid van faillissementswetgeving in land- en tuinbouw 90% van de land- en tuinbouwers baten hun onderneming uit als zelfstandige in natuurlijke persoon. Bij toelating tot het faillissement, kan de gefailleerde rekenen op verschoonbaarheid. Om van de verschoonbaarheid te kunnen genieten, mag de gefailleerde geen fouten gemaakt hebben die het faillissement tot gevolg hebben. Om verschoonbaar te zijn moet de handelaar "ongelukkig en ter goeder trouw" zijn. Wanneer de verschoonbaarheid wordt uitgesproken, kunnen de schuldeisers beroep aantekenen tegen deze beslissing bij de Rechtbank van Koophandel. De beroepstermijn bedraagt 1 maand na de publicatie van het faillissementsvonnis (sluiting faillissement). Het is daarom belangrijk dat u zich -zo vroeg mogelijk in het faillissementsproces - laat begeleiden door een gespecialiseerde advocaat. Bij vennootschappen lijkt het ook evident dat de faillissementswetgeving een uitweg biedt. Borgstellers In bijna alle vennootschappen die we ontmoetten, zagen we dat de zaakvoerder (of bestuurder) borg stond voor de schulden van de onderneming. En hier schuilt een risico voor de zaakvoerder, die bij de borgstelling zelden wordt vermeldt: er bestaat geen mogelijkheid meer om de borgstelling van de zaakvoerder te laten bevrijden. Indien er ander borgstellers zijn, dan kunnen deze borgstellingen vervallen op voorwaarde dat de borgstelling kosteloos is. In praktijk kan de borgsteller dit slechts aantonen met een goed gestoffeerd dossier, opgemaakt door een advocaat met specialisatie handelsrecht. Tijdelijke borgstellers horen te weten dat een borgstelling geldig blijft zolang de borghouder (meestal de bank) geen schriftelijke verklaring afgeeft, die de schrapping bevestigt. Vooral bij tijdelijke borgstellingen in afwachting van een andere waarborgvestiging (bijvoorbeeld waarborg VLIF of hypotheekinschrijving) loopt de tijdelijke borg wel degelijk risico dat de bank (tot 10-tallen jaren) later deze borgstelling opeist. Het is dan aan de borgsteller om voor de rechtbank te bewijzen dat de borgstelling al lang geschrapt was. Opeisbare maar onbetaalbare borgstelling? Indien de borgstelling ten gunste van de vennootschap op zijn natuurlijke persoon wordt opgeëist, komt zijn persoonlijk bedrijf heel dikwijls in de problemen. In heel wat gevallen kan de ex-zaakvoerder niet anders dan ook het faillissement van zijn persoonlijk bedrijf aanvragen. Na uitwinning van zijn totale persoonlijk vermogen, kan de zaakvoerder dan verschoonbaarheid aanvragen. Een zaakvoerder, die na het faillissement van zijn vennootschap, in loondienst is gaan werken, beschikt niet over een ondernemersnummer en kan persoonlijk niet failliet gaan. De vordering van de borghouder blijft opeisbaar. Het enige wat hij kan doen, is een collectieve schuldenregeling aanvragen (zie volgende pagina). | vzw Boeren op een kruispunt Brochure: Stoppen met Boeren Laatste update: mei 2010 Klik hier voor uw vragen of opmerkingen. In alle gevallen raden we u aan om over dit onderwerp advies te vragen bij een advocaat, gespecialiseerd in ondernemingen in moeilijkheden. Zie onderstaande link. |