|
2.2.Belasting op de toegevoegde waarde (btw) 2.2.1.Algemeen Inzake btw is er voor het landbouwbedrijf de keuze tussen de algemene regeling en de bijzondere landbouwregeling.
2.2.2.Overdracht van het volledige bedrijf of een bedrijfsafdeling Wanneer de overdracht van het landbouwbedrijf kan worden beschouwd als een overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, maakt zij voor de toepassing van de btw geen levering uit (dit is art. 11 van het btw-Wetboek). Zij brengt niettemin voor de overdrager en voor de overnemer, die aan een verschillende belastingregeling onderworpen zijn, zekere regularisaties mee. Om te kunnen spreken over een algemeenheid is het niet nodig dat ook het eigendomsrecht van de hoevegebouwen en gronden overgaat op de overnemer. Het volstaat dat deze worden verpacht aan de overnemer. Ook het behoud van enkele dieren en een beperkte oppervlakte voor privé-gebruik vormt geen bezwaar. Voorbeeld
2.2.3.Overdracht van bepaalde delen van een landbouwonderneming Doe je afzonderlijke overdrachten die in het kader van de btw een levering uitmaken, dan moet je afhankelijk van het btw-systeem dat je volgt al dan niet btw aanrekenen. Op de voortgebrachte landbouwproducten (bijvoorbeeld maïs, dieren enzovoort) ontvang je als landbouwer altijd 6% btw. Dit geldt zowel voor de verkoper in de bijzondere landbouwregeling, als voor de verkoper in de algemene regeling. Op aangekochte goederen (onder andere zaaigoed en meststoffen) of investeringsgoederen (onder andere tractor) die een landbouwer opnieuw verkoopt, rekent de landbouwer in de algemene regeling btw aan, die eventueel gerecupereerd wordt door de koper die zich ook in de algemene regeling bevindt. De landbouwer in de bijzondere btw-regeling rekent hier nooit btw aan zodat er ook door de koper in de algemene regeling niets te recupereren valt. Opgelet: Deze regeling geldt ook voor de overdracht van quota, behalve voor melkquotum dat altijd zonder btw is (ook indien de verkoper zich in de algemene regeling bevindt). De landbouwer in de algemene regeling, die zijn activiteit stopzet en recent btw recupereerde op investeringen, kan verplicht worden een deel van de gerecupereerde btw terug te storten. Voor materieel is deze herzieningstermijn 5 jaar, voor gebouwen is dit naargelang het geval 10 of 15 jaar. Dit is ook het geval indien de gebouwen verhuurd worden aan een derde. Een landbouwer in de bijzondere landbouwregeling is nooit onderworpen aan herzieningen aangezien hij nooit btw terugtrok. | vzw Boeren op een kruispunt Brochure: Stoppen met Boeren Laatste update: 2001 |