|
2.3.3.Heffing op leegstand en verkrotting Indien gebouwen niet meer worden gebruikt maar om één of andere reden niet zouden worden verkocht of verhuurd, bestaat het risico dat je een heffing op leegstand of verkrotting zal moeten betalen. Hier wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds bedrijfsruimten en anderzijds woningen en gebouwen (niet-bedrijfsruimten). De regeling van de heffing voor bedrijfsruimten verschilt van die voor woningen en andere gebouwen. Heffing op bedrijfsruimten Wat is een bedrijfsruimte? Een bedrijfsruimte wordt gedefinieerd als de verzameling van alle percelen, waarop zich ten minste één bedrijfsgebouw bevindt en waar economische activiteit plaatsvindt of heeft plaatsgevonden. Indien de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel van de bedrijfsruimte is, kan het onroerend goed niet als bedrijfsruimte worden geregistreerd (15) en kan bijgevolg geen heffing worden opgelegd. Ook de ruimten, die bij een onteigening worden betrokken of die als monument of als stads- of dorpsgezicht worden bestemd, kunnen niet het voorwerp van de heffing uitmaken. Wat is leegstand - verwaarlozing? Er is leegstand van de bedrijfsruimte als ten minste 50% van de vloeroppervlakte niet op een effectieve manier gebruikt wordt. Een bedrijfsruimte is verwaarloosd (of verkrot) indien het uitgesproken gebreken vertoont aan onder meer de buitenmuren, de schoorstenen, de dakgebinten, het buitentimmerwerk, de kroonlijst, de dakgoten, de trappen of de liften. Er wordt gesproken van een beperkt gebrek als het betrekking heeft op minder dan de helft van de oppervlakte, de lengte of de breedte. Het gebrek is algemeen indien het meer dan de helft van de oppervlakte, de lengte of de breedte aantast. De ruimte wordt geregistreerd wanneer ofwel 2 beperkte gebreken, ofwel 1 algemeen gebrek wordt vastgesteld. Ruimten waarvan de stabiliteit is aangetast, waarvan de veiligheid in gevaar is of waar er vochtproblemen zijn, worden altijd geregistreerd. Betalen van de heffing De belastingplichtige is de persoon, die eigenaar was van de bedrijfsruimte op 31 december van het jaar vóór het jaar, waarin de belasting betaald moet worden. De belasting moet de eerste keer betaald worden het jaar na de tweedeopeenvolgende registratie in de inventaris.Voorbeeld: Een bedrijfsruimte wordt in 2001 voor de eerste maal geregistreerd. De tweede (en opeenvolgende) registratie gebeurt in 2002. De heffing is aldus voor de eerste maal in 2003 verschuldigd. Indien er in 2002 geen registratie gebeurt van de ruimte, maar in 2003 wel, kan de belasting slechts in 2005 gevestigd worden op voorwaarde natuurlijk dat de ruimte in 2004 voor de tweede opeenvolgende maal werd geregistreerd. Tabel 3 Tarieven van de heffing op leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, per schijf van het kadastraal inkomen van de bedrijfsruimte
Tijdelijke opschorting van de heffing Onder wel bepaalde voorwaarden kan de heffing tijdelijk worden opgeschort:
Heffing op woningen en gebouwen Wat is een woning? Een woning is een gebouw of een deel van een gebouw, dat hoofdzakelijk gebruikt wordt als hoofdverblijfplaats door 1 of meerdere personen. Met gebouwen worden alle andere gebouwen, die geen bedrijfsruimte zijn, bedoeld. Wat is leegstand - verwaarlozing? Een gebouw staat leeg van zodra ten minste 50% van de vloeroppervlakte gedurende ten minste 12 opeenvolgende maanden niet op een effectieve manierwordt gebruikt. De administratie kan de leegstand van de bedoelde onroerende goederen aantonen door bijvoorbeeld het ontbreken van een aansluiting op de nutsvoorzieningen, ... Een woning staat leeg indien zij gedurende ten minste 12 opeenvolgende maanden niet effectief wordt gebruikt als woning. Een gebouw/woning is verwaarloosd indien het uitdrukkelijke gebreken vertoont aan de buitenmuren, het voegwerk, de schoorstenen, de dakbedekking,de dakgebinten, het buitenschrijnwerk, de kroonlijst of de dakgoten. Indien de ernstige gebreken door de administratie op ten minste 18 punten worden gewaardeerd, wordt het onroerend goed geregistreerd. Betalen van de heffing De heffing moet betaald worden door de persoon, die op het ogenblik dat het onroerend goed in de inventaris wordt opgenomen eigenaar, opstalhouder, erf-pachter of vruchtgebruiker is. Indien het geïnventariseerde gebouw toebehoort aan verschillende eigenaars, kan iedere mede-eigenaar afzonderlijk voor de gehele belasting worden aangesproken. De heffing wordt betaald voor een belastbare periode van 12 maanden en is verschuldigd op het ogenblik dat het onroerend goed in de inventaris wordt opgenomen. Wordt de registratie bijvoorbeeld geschrapt gedurende de 8e maand, dan betaal je toch heffing voor een periode van 12 maanden. Het bedrag van de heffing wordt berekend aan de hand van volgende formule: (KI x V + M) x (P + 1)
Tijdelijke opschorting of vrijstelling van de heffing In bepaalde gevallen kan de heffing worden vrijgesteld of tijdelijk worden opgeschort:
| vzw Boeren op een kruispunt Brochure: Stoppen met Boeren Laatste update: 2001 |