|
4.2.Verwerven van een vervangend inkomen
4.2.1.Recht op werkloosheidsuitkering Werknemers die hun werk verliezen, kunnen beroep doen op een werkloosheidsuitkering. Dit kan oplopen tot meer dan 1.300 Euro per maand. Klik hier voor de actuele bedragen. De uitoefening van een zelfstandige beroepsactiviteit, geeft geen recht op een werkloosheidsuitkering. Als land- of tuinbouwer kan je dan ook meestal niet genieten van een werkloosheidsuitkering wanneer je stopt met boeren. Als je altijd als zelfstandige hebt gewerkt, dien je nog een wachttijd te doorlopen voor je aanspraak kunt maken op een uitkering via de werkloosheid. Heb je vóór je zelfstandige activiteit nog als loontrekkende gewerkt, dan behoud je wél het recht op werkloosheidsuitkering als je jouw zelfstandige activiteit stopzet binnen de 15 jaar, nadat je gestart bent als zelfstandige. Bijkomende voorwaarde is dat je voldoende aantal dagen gewerkt hebt voor je startte als zelfstandige.
Voor bijkomende inlichtingen kan u terecht bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening of uw vakbond. 4.2.2.Ocmw-hulp Ondanks de uitgebreide sociale wetgeving, kan je in bepaalde gevallen over onvoldoende inkomsten beschikken. Het sociaal statuut van zelfstandigen biedt heel wat minder bescherming dan dat van loontrekkenden. Zeker als je na de bedrijfsbeëindiging niet zo vlot een nieuwe job vindt, kan dit een probleem vormen. Het ocmw kan hulp bieden onder de vorm van materiële en immateriële steun. De meest bekende financiële steun van het ocmw is het recht op maatschappelijke integratie Het recht op maatschappelijke integratie Vanaf 1 oktober 2002 is een nieuwe wet van toepassing, namelijk de wet inzake het recht op maatschappelijke integratie van 26 mei 2002. Deze wet vervangt de oude bestaansminimumwet van 1974. Net zoals de wet op het bestaansminimum, voorziet deze nieuwe wet in een uitkering voor mensen die geen inkomen hebben. Maar er is meer. De wet (art.2) bepaalt dat "elke persoon recht heeft op maatschappelijke integratie. Dit recht kan onder de voorwaarden bepaald in deze wet bestaan uit een tewerkstelling en/of leefloon, die al dan niet gepaard gaat met een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie." Tewerkstelling wordt als het middel bij uitstek gezien om deze maatschappelijke integratie te realiseren. Wie kan het recht op maatschappelijke integratie aanvragen? Er zijn een aantal voorwaarden om toegang te krijgen tot dit recht. Dit zijn :
Groep -25-jarigen Het OCMW is verplicht om voor deze personen een tewerkstelling te voorzien. Indien dit niet onmiddellijk een haalbare kaart is, moet er een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie uitgewerkt worden. Dit kan een project zijn dat
Groep 25 jaar en ouder Voor deze personen heeft het OCMW geen verplichting om te voorzien in een tewerkstelling. Wanneer de aanvrager voldoet aan de algemene voorwaarden voorzien in de wet, wordt zijn recht op maatschappelijke integratie gerealiseerd wanneer het OCMW hem een leefloon toekent. De toekenning en het behoud van het leefloon kan, zoals voor de jongeren, gekoppeld worden aan een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie. De categorieën van rechthebbenden en het bedrag van het leefloon vanaf 01 september 2011
Geldelijke bijstand Het recht op maatschappelijke integratie/leefloon wordt wettelijk geregeld maar blijkt soms onvoldoende. In dat geval kan het OCMW extra geldelijke bijstand verlenen. Bovendien kunnen personen die geen recht hebben op het recht op maatschappelijke integratie/leefloon, zoals vreemdelingen en minderjarigen, ook een beroep doen op geldelijke bijstand, gelijk aan het bedrag van het leefloon. Bijkomende tegemoetkomingen Naast het recht op maatschappelijke integratie/leefloon en de geldelijke bijstand kan het OCMW ook bijspringen om bepaalde hoge kosten te helpen dragen. Dit zijn de zogenaamde bijkomende tegemoetkomingen. Op die manier draagt het OCMW, rekening houdend met het inkomen, bij in de kosten voor huur, energie, geneeskundige verzorging, geneesmiddelen en opname in het ziekenhuis Voorschotten op onderhoudsgeld voor kinderen Sedert 1 oktober 2005 is de opdracht voor het verlenen van voorschotten op onderhoudsgeld kinderen toegewezen aan de Dienst Alimentatie vorderingen (DAVO) van de Federale Overheidsdienst Financiën. Verwarmingstoelage. De maximumprijs van huisbrandolie is aanzienlijk gestegen. Daardoor lopen mensen met een laag inkomen het risico om in moeilijkheden te geraken. Daarom werd de vzw Sociaal Verwarmingsfonds opgericht. Het komt gedeeltelijk tussen in de betaling van de verwarmingsfactuur van personen, die zich in een moeilijke situatie bevinden. Het is een uitvoerend initiatief van de overheid, de OCMW's en de petroleumsector. Het Sociaal Verwarmingsfonds wordt gespijsd via een solidariteitsbijdrage op alle olieproducten die bestemd zijn voor verwarming (huisbrandolie en bulk propaangas). Wie heeft er recht op ? Categorie 1 : personen met recht op verhoogde verzekeringstegemoetkoming van de ziekte- en invaliditeitsverzekering (WIGW en Omnio statuut). Tevens is vereist dat het jaarlijks bedrag van het bruto belastbaar gezins-inkomen van deze gerechtigden, niet hoger is dan € 13.512,18 verhoogd met € 2.501,47 per persoon ten laste. Categorie 2 : personen met begrensd inkomen De personen met een jaarlijks bruto belastbaar gezinsinkomen dat lager is of gelijk aan € 13.512,18 , verhoogd met € 2.501,47 per persoon ten laste. Voor de berekening van dat inkomen wordt rekening gehouden met het kadastraal inkomen (x3) van andere woningen dan de gezinswoning. Categorie 3 : personen met schuldoverlast Personen met een schuldbemiddeling of een collectieve schuldenregeling en die de verwarmingsfactuur niet kunnen betalen. De in aanmerking komende brandstoffen zijn:
Het terugbetaalde bedrag hangt af van de gefactureerde prijs van de brandstof : hoe hoger de prijs, hoe groter de tussenkomst. Het Fonds komt tussen voor maximum 1500 liter en voor een totaalbedrag van maximum 195 euro per winter per gezin. Voor personen die zich verwarmen met stookolie of verwarmingspetroleum (ook genoemd lamppetroleum) gekocht aan de pomp, is een forfaitaire toelage voorzien van 100 euro. Zodra de op de factuur aangerekende prijs gelijk of hoger is dan de drempels die hieronder bepaald worden, wordt de bijdrage als volgt bepaald:
Zolang de prijs lager is dan 0,49 euro/liter, komt het Fonds dus niet tussen. Indien u recht hebt op de toelage, ontvangt u dit bedrag in de hand (cash) of via een storting op uw rekeningnummer. Als u behoort tot categorie 3 wordt de toelage via het OCMW rechtstreeks betaald aan de brandstofleverancier. Sociaal telefoontarief Sommige bejaarden en/of gehandicapten met een laag gezinsinkomen betalen minder voor de telefoon. Zij betalen minder voor de aansluiting van de telefoon, voor het abonnement en voor de kosten van een gesprek.
Sociaal tarief voor GSM Vanaf 1 september 2005 zouden alle GSM-maatschappijen een sociaal telefoontarief moeten aanbieden in ons land. Gsm-gebruikers die recht hebben op een sociaal tarief, kunnen terecht bij Proximus en Mobistar, waar ze een korting van 12 euro per maand krijgen. . De telecomwet dateert van 30 juni 2005. In principe moeten sinds die datum alle telefoonmaatschappijen in België een sociaal tarief aanbieden aan personen die daar wettelijk recht op hebben. Wie komt in aanmerking?
Meer informatie bij de dichtstbijzijnde shops van Proximus en Mobistar. De nodige informatie kunt u bekomen op de webpagina's van Proximus en Mobistar. Leefloners krijgen elke twee maanden een voorafbetaalde kaart met een krediet van 6,20 euro. Gesprekken lopen wel tegen het normale tarief. Afhankelijk van de operator aan wie de vraag gesteld wordt, zal mobiel of vast gebeld kunnen worden met de kaart. De kaart moet worden aangevraagd bij de operator (door de leefloner of door het OCMW). Meer informatie bij het OCMW. Specifiek Sociaal Tarief Gas en Elektriciteit Mensen met een laag inkomen betalen minder hun verbruik van gas en elektriciteit. Het sociaal tarief voor gas houdt in: geen vastrecht betalen, geen energietaks betalen en 556 KWh gas gratis per jaar. Het sociaal tarief voor elektriciteit houdt in: geen vastrecht betalen, geen energietaks en de eerste 500 KWh gratis. Wie één van de volgende uitkeringen krijgt, komt in aanmerking. Ook wanneer een inwonend kind, kleinkind of ouder een van deze uitkeringen krijgt, kan men een aanvraag doen:
Studietoelage secundair en hoger onderwijs. Verschillende leerlingen in het secundair en hoger onderwijs hebben recht op een studietoelage van de Vlaamse overheid. Vanaf het schooljaar 2007-2008 is de regeling grondig hervormd: onder meer de inkomensgrenzen om in aanmerking te komen voor een studietoelage voor het secundair onderwijs zijn fors opgetrokken. Voorwaarden: Er zijn drie hoofdvoorwaarden waaraan u moet voldoen om in aanmerking te komen voor een studietoelage:
De procedure Als je het recht op maatschappelijke integratie/leefloon of geldelijke bijstand wilt ontvangen, neem je contact op met het OCMW/Sociaal huis om de nodige hulp te vragen. Je kan het ook door iemand anders laten doen. Het OCMW kijkt vervolgens na of je aan de nodige voorwaarden voldoet en voert een sociaal-financieel onderzoek uit.Binnen de maand wordt je aanvraag voorgelegd aan het Bijzonder Comité voor Maatschappelijke Dienstverlening dat beslist of je een uitkering krijgt.Indien je situatie verandert, dien je dit zo vlug mogelijk te melden. Het OCMW zal regelmatig nazien of je nog steeds aan de voorwaarden voldoet. | vzw Boeren op een kruispunt Brochure: Stoppen met Boeren Laatste update: juli 2009 Klik hier voor uw vragen of opmerkingen. |