4.2.Verwerven van een vervangend inkomen
4.2.1.Recht op werkloosheidsuitkering

Werknemers die hun werk verliezen, kunnen beroep doen op een werkloosheidsuitkering. Dit kan oplopen tot meer dan 1.300 Euro per maand. Klik hier voor de actuele bedragen.

De uitoefening van een zelfstandige beroepsactiviteit, geeft geen recht op een werkloosheidsuitkering.
Als land- of tuinbouwer kan je dan ook meestal niet genieten van een werkloosheidsuitkering wanneer je stopt met boeren.
Als je altijd als zelfstandige hebt gewerkt, dien je nog een wachttijd te doorlopen voor je aanspraak kunt maken op een uitkering via de werkloosheid.

Heb je vóór je zelfstandige activiteit nog als loontrekkende gewerkt, dan behoud je wél het recht op werkloosheidsuitkering als je jouw zelfstandige activiteit stopzet binnen de 15 jaar, nadat je gestart bent als zelfstandige.

Bijkomende voorwaarde is dat je voldoende aantal dagen gewerkt hebt voor je startte als zelfstandige.
  • Jonger dan 36 jaar, minstens 312 dagen gewerkt hebben over een periode van 18 maanden.
  • Tussen 36 en 45 jaar, minstens 468 dagen gewerkt hebben over 25 maanden.
  • Over dan 50 jaar, minstens 64 dagen gewerkt hebben.
Bij de aanvraag voor werkloosheidsvergoeding, moet je een 'attest van de laatste werkgever' kunnen voorleggen. Uit dit attest moet blijken dat de laatste werkgever zijn ex-werknemer niet meer wil aanvaarden.

Voor bijkomende inlichtingen kan u terecht bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening of uw vakbond.

4.2.2.Ocmw-hulp
Ondanks de uitgebreide sociale wetgeving, kan je in bepaalde gevallen over onvoldoende inkomsten beschikken. Het sociaal statuut van zelfstandigen biedt heel wat minder bescherming dan dat van loontrekkenden. Zeker als je na de bedrijfsbeëindiging niet zo vlot een nieuwe job vindt, kan dit een probleem vormen. Het ocmw kan hulp bieden onder de vorm van materiële en immateriële steun. De meest bekende financiële steun van het ocmw is het recht op maatschappelijke integratie

Het recht op maatschappelijke integratie
Vanaf 1 oktober 2002 is een nieuwe wet van toepassing, namelijk de wet inzake het recht op maatschappelijke integratie van 26 mei 2002. Deze wet vervangt de oude bestaansminimumwet van 1974. Net zoals de wet op het bestaansminimum, voorziet deze nieuwe wet in een uitkering voor mensen die geen inkomen hebben.
Maar er is meer. De wet (art.2) bepaalt dat "elke persoon recht heeft op maatschappelijke integratie. Dit recht kan onder de voorwaarden bepaald in deze wet bestaan uit een tewerkstelling en/of leefloon, die al dan niet gepaard gaat met een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie."
Tewerkstelling wordt als het middel bij uitstek gezien om deze maatschappelijke integratie te realiseren.

Wie kan het recht op maatschappelijke integratie aanvragen?
Er zijn een aantal voorwaarden om toegang te krijgen tot dit recht. Dit zijn :
  • nationaliteit : Belg, erkend politiek vluchteling, staatloos en vreemdeling ingeschreven in het bevolkingsregister;
  • leeftijd : meerderjarig (18 jaar), ontvoogd minderjarig, zwanger minderjarig, ongehuwd minderjarig met kind(eren) ten laste;
  • gewoonlijke en effectieve verblijfplaats in België;
  • ontoereikende bestaansmiddelen;
  • bereidheid tot werken, eventueel vrijstelling hiervan wegens gezondheids- en billijkheidsredenen;
  • het uitputten van de rechten op sociale uitkeringen en onderhoudsgeld.
De mogelijke rechthebbenden worden opgedeeld in twee groepen, personen jonger dan 25 jaar en personen van 25 jaar en ouder.

Groep -25-jarigen
Het OCMW is verplicht om voor deze personen een tewerkstelling te voorzien. Indien dit niet onmiddellijk een haalbare kaart is, moet er een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie uitgewerkt worden. Dit kan een project zijn dat
  • gericht is op tewerkstelling (arbeidsproject)
  • gericht is op vorming (vormingsproject)
  • gericht is op studies met voltijds leerplan (studieproject)
Dit project wordt vastgelegd in een formele overeenkomst tussen het OCMW en de aanvrager.In afwachting van de tewerkstelling of voor de duur van het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie of wanneer vastgesteld wordt dat de aanvrager wegens gezondheids- of billijkheidsredenen niet kan werken, wordt aan de aanvrager een leefloon uitbetaald. De toekenning en behoud van dit leefloon is in het geval van een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie gekoppeld aan de naleving van dit project door betrokkene.

Groep 25 jaar en ouder
Voor deze personen heeft het OCMW geen verplichting om te voorzien in een tewerkstelling. Wanneer de aanvrager voldoet aan de algemene voorwaarden voorzien in de wet, wordt zijn recht op maatschappelijke integratie gerealiseerd wanneer het OCMW hem een leefloon toekent. De toekenning en het behoud van het leefloon kan, zoals voor de jongeren, gekoppeld worden aan een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie.

De categorieën van rechthebbenden en het bedrag van het leefloon vanaf 01 september 2011
Categorieën bedrag per maand
Cat.A samenwonende personen€ 513,46
Cat.B alleenstaanden € 770,18
Cat.E persoon met gezinslast € 1.026,91


Geldelijke bijstand
Het recht op maatschappelijke integratie/leefloon wordt wettelijk geregeld maar blijkt soms onvoldoende.

In dat geval kan het OCMW extra geldelijke bijstand verlenen. Bovendien kunnen personen die geen recht hebben op het recht op maatschappelijke integratie/leefloon, zoals vreemdelingen en minderjarigen, ook een beroep doen op geldelijke bijstand, gelijk aan het bedrag van het leefloon.

Bijkomende tegemoetkomingen
Naast het recht op maatschappelijke integratie/leefloon en de geldelijke bijstand kan het OCMW ook bijspringen om bepaalde hoge kosten te helpen dragen. Dit zijn de zogenaamde bijkomende tegemoetkomingen.

Op die manier draagt het OCMW, rekening houdend met het inkomen, bij in de kosten voor huur, energie, geneeskundige verzorging, geneesmiddelen en opname in het ziekenhuis

Voorschotten op onderhoudsgeld voor kinderen
Sedert 1 oktober 2005 is de opdracht voor het verlenen van voorschotten op onderhoudsgeld kinderen toegewezen aan de Dienst Alimentatie vorderingen (DAVO) van de Federale Overheidsdienst Financiën.

Verwarmingstoelage.
De maximumprijs van huisbrandolie is aanzienlijk gestegen. Daardoor lopen mensen met een laag inkomen het risico om in moeilijkheden te geraken.
Daarom werd de vzw Sociaal Verwarmingsfonds opgericht. Het komt gedeeltelijk tussen in de betaling van de verwarmingsfactuur van personen, die zich in een moeilijke situatie bevinden. Het is een uitvoerend initiatief van de overheid, de OCMW's en de petroleumsector.

Het Sociaal Verwarmingsfonds wordt gespijsd via een solidariteitsbijdrage op alle olieproducten die bestemd zijn voor verwarming (huisbrandolie en bulk propaangas).

Wie heeft er recht op ?
Categorie 1 : personen met recht op verhoogde verzekeringstegemoetkoming van de ziekte- en invaliditeitsverzekering (WIGW en Omnio statuut).
Tevens is vereist dat het jaarlijks bedrag van het bruto belastbaar gezins-inkomen van deze gerechtigden, niet hoger is dan € 13.512,18 verhoogd met € 2.501,47 per persoon ten laste.

Categorie 2 : personen met begrensd inkomen
De personen met een jaarlijks bruto belastbaar gezinsinkomen dat lager is of gelijk aan € 13.512,18 , verhoogd met € 2.501,47 per persoon ten laste. Voor de berekening van dat inkomen wordt rekening gehouden met het kadastraal inkomen (x3) van andere woningen dan de gezinswoning.

Categorie 3 : personen met schuldoverlast
Personen met een schuldbemiddeling of een collectieve schuldenregeling en die de verwarmingsfactuur niet kunnen betalen.
De in aanmerking komende brandstoffen zijn:
  • huisbrandolie in bulk : een verwarmingsbrandstof, ook stookolie of mazout genaamd, in vloeibare vorm, besteld in liter (grote hoeveelheid), voor het vullen van een brandstoftank;
  • huisbrandolie (of mazout) aan de pomp: hetzelfde product als het hierboven toegelichte product, maar in kleine hoeveelheden gekocht (jerrycans van 5, 10 liter), gebruikt voor petroleumkachels;
  • lamppetroleum (c) aan de pomp: een verwarmingsbrandstof in vloeibare vorm, vooral gebruikt voor petroleumkachels (= op zich staande petroleumkachels zonder rookgaskanaal), gekocht in kleine hoeveelheden (jerrycans van 5, 10 liter);
  • bulkpropaangas: petroleumgas, verkocht in liter voor het vullen van een propaangastank.
Het Fonds komt dus niet tussen voor aardgas via aansluiting op het stadsdistributienet, propaangas in gasflessen en butaangas in gasflessen.
Het terugbetaalde bedrag hangt af van de gefactureerde prijs van de brandstof : hoe hoger de prijs, hoe groter de tussenkomst. Het Fonds komt tussen voor maximum 1500 liter en voor een totaalbedrag van maximum 195 euro per winter per gezin.
Voor personen die zich verwarmen met stookolie of verwarmingspetroleum (ook genoemd lamppetroleum) gekocht aan de pomp, is een forfaitaire toelage voorzien van 100 euro.
Zodra de op de factuur aangerekende prijs gelijk of hoger is dan de drempels die hieronder bepaald worden, wordt de bijdrage als volgt bepaald:
  • als de aangerekende prijs tussen 0,49 en 0,515 euro/liter bedraagt:0,03 euro toelage/liter;
  • als de aangerekende prijs tussen 0,515 en 0,54 euro/liter bedraagt:0,05 euro toelage/liter;
  • als de aangerekende prijs tussen 0,54 en 0,565 euro/liter bedraagt:0,07 euro toelage/liter;
  • als de aangerekende prijs tussen 0,565 en 0,59 euro/liter bedraagt:0,08 euro toelage/liter;
  • als de aangerekende prijs tussen 0,59 en 0,615 euro/liter bedraagt:0,09 euro toelage/liter;
  • als de aangerekende prijs tussen 0,615 en 0,64 euro/liter bedraagt:0,10 euro toelage/liter.
  • als de aangerekende prijs tussen 0,64 en 0,665 euro/liter bedraagt:0,11 euro toelage/liter.
  • als de aangerekende prijs tussen 0,665 en 0,69 euro/liter bedraagt:0,12 euro toelage/liter.
  • als de aangerekende prijs gelijk of hoger is dan 0,69 euro/liter bedraagt:0,13 euro toelage/liter.

Zolang de prijs lager is dan 0,49 euro/liter, komt het Fonds dus niet tussen.
Indien u recht hebt op de toelage, ontvangt u dit bedrag in de hand (cash) of via een storting op uw rekeningnummer. Als u behoort tot categorie 3 wordt de toelage via het OCMW rechtstreeks betaald aan de brandstofleverancier.

Sociaal telefoontarief
Sommige bejaarden en/of gehandicapten met een laag gezinsinkomen betalen minder voor de telefoon. Zij betalen minder voor de aansluiting van de telefoon, voor het abonnement en voor de kosten van een gesprek.
  • Personen vanaf 65 jaar die alleen wonen of samenwonen met iemand ouder dan 60 jaar of met schoolplichtige kinderen of kleinkinderen.
  • Personen vanaf 18 jaar die 66% arbeidsongeschikt zijn, alleen wonen of samenwonen met maximum 2 familieleden.
Meer informatie bij de dichtstbijzijnde Teleboetiek van BELGACOM. De formulieren zijn er ter beschikking. Ook de telefonische klantendienst (gratis nummer 0800 22 800) zal op eenvoudig verzoek een aanvraagformulier opsturen. Website: http://www.belgacom.be

Sociaal tarief voor GSM
Vanaf 1 september 2005 zouden alle GSM-maatschappijen een sociaal telefoontarief moeten aanbieden in ons land. Gsm-gebruikers die recht hebben op een sociaal tarief, kunnen terecht bij Proximus en Mobistar, waar ze een korting van 12 euro per maand krijgen. .

De telecomwet dateert van 30 juni 2005. In principe moeten sinds die datum alle telefoonmaatschappijen in België een sociaal tarief aanbieden aan personen die daar wettelijk recht op hebben.

Wie komt in aanmerking?
  • Personen vanaf 65 jaar die alleen wonen of samenwonen met iemand ouder dan 60 jaar of met schoolplichtige kinderen of kleinkinderen.
  • Personen vanaf 18 jaar die 66% arbeidsongeschikt zijn, alleen wonen of samenwonen met maximum 2 personen.
Let op! De begunstigde van de optie sociaal tarief mag bij een andere operator geen sociaal tarief genieten. Dit geldt zowel voor een vaste lijn als voor een GSM. Bovendien mag er in het gezin slechts één begunstigde zijn van om het even welk sociaal beltarief.
Meer informatie bij de dichtstbijzijnde shops van Proximus en Mobistar. De nodige informatie kunt u bekomen op de webpagina's van Proximus en Mobistar.

Leefloners krijgen elke twee maanden een voorafbetaalde kaart met een krediet van 6,20 euro. Gesprekken lopen wel tegen het normale tarief. Afhankelijk van de operator aan wie de vraag gesteld wordt, zal mobiel of vast gebeld kunnen worden met de kaart. De kaart moet worden aangevraagd bij de operator (door de leefloner of door het OCMW). Meer informatie bij het OCMW.

Specifiek Sociaal Tarief Gas en Elektriciteit
Mensen met een laag inkomen betalen minder hun verbruik van gas en elektriciteit.
Het sociaal tarief voor gas houdt in: geen vastrecht betalen, geen energietaks betalen en 556 KWh gas gratis per jaar.
Het sociaal tarief voor elektriciteit houdt in: geen vastrecht betalen, geen energietaks en de eerste 500 KWh gratis.
Wie één van de volgende uitkeringen krijgt, komt in aanmerking. Ook wanneer een inwonend kind, kleinkind of ouder een van deze uitkeringen krijgt, kan men een aanvraag doen:
  • leefloon (attest van het OCMW);
  • IGO (Inkomensgarantie voor Ouderen) (attest rijksdienst voor pensioenen);
  • integratietegemoetkoming of inkomensvervangende tegemoetkoming of tegemoetkoming hulp aan bejaarden (attest Ministerie Soc. Zaken).
Aanvragen bij de lokale gas- en elektriciteitsmaatschappij.

Studietoelage secundair en hoger onderwijs.
Verschillende leerlingen in het secundair en hoger onderwijs hebben recht op een studietoelage van de Vlaamse overheid. Vanaf het schooljaar 2007-2008 is de regeling grondig hervormd: onder meer de inkomensgrenzen om in aanmerking te komen voor een studietoelage voor het secundair onderwijs zijn fors opgetrokken.
Voorwaarden:
Er zijn drie hoofdvoorwaarden waaraan u moet voldoen om in aanmerking te komen voor een studietoelage:
  1. Nationaliteitsvoorwaarden:
    • Belg
    • EU-onderdaan en al 5 jaar onafgebroken in België wonen
    • uw ouders zijn EER-onderdanen en hebben een bepaalde referentieperiode in België gewerkt
    • u bent zelf EER-onderdaan en werkte een bepaalde referentieperiode in België
    • andere: onder meer slachtoffers van mensenhandel, statuut "subsidiaire berscherming", leerlingen of studenten met permanente verblijfvergunning, kandidaat-vluchtelingen van wie de asielaanvraag ontvankelijk is verklaard
  2. School- en studievoorwaarden:
    • een voltijdse opleiding volgen
    • in een erkende, gesubsidieerde of gefinancierde school
    • maximaal 22 jaar worden in dat schooljaar
    • niet ongewettigd afwezig zijn
  3. Inkomensvoorwaarden:
    • afhankelijk van uw gezinssituatie zijn er inkomensgrenzen gesteld
    • ook het kadastraal inkomen "vreemd gebruik" (bvb. een huis dat wordt verhuurd) mag een bepaalde grens niet overschrijden
Voor de volledige regelgeving kan u terecht op de website studietoelagen van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.

De procedure
Als je het recht op maatschappelijke integratie/leefloon of geldelijke bijstand wilt ontvangen, neem je contact op met het OCMW/Sociaal huis om de nodige hulp te vragen. Je kan het ook door iemand anders laten doen.

Het OCMW kijkt vervolgens na of je aan de nodige voorwaarden voldoet en voert een sociaal-financieel onderzoek uit.Binnen de maand wordt je aanvraag voorgelegd aan het Bijzonder Comité voor Maatschappelijke Dienstverlening dat beslist of je een uitkering krijgt.Indien je situatie verandert, dien je dit zo vlug mogelijk te melden. Het OCMW zal regelmatig nazien of je nog steeds aan de voorwaarden voldoet.

Logo Boeren op een Kruispunt vzw

vzw Boeren op een kruispunt

Brochure: Stoppen met Boeren

Laatste update: juli 2009

Klik hier voor uw vragen of opmerkingen.
Externe links: Print deze pagina