Je bent hier : Dienstverlening  >  Doorstart  >  Inkomen zonder arbeid  >  Sociale zekerheid
woensdag , november , 14 2018

Indien alle arbeid moet stopgezet worden

Sociale zekerheid Hoofdstuk 4

4.1. Hoe blijf ik in orde met mijn sociaal statuut?

Opgelet: Als zelfstandige moet je de stopzetting van je activiteit binnen de 15 dagen meedelen aan je sociale zekerheidskas en daarover een officieel bewijsstuk indienen: namelijk de aanvraag tot doorhaling van het ondernemingsnummer. Daarnaast moet er ook altijd een verklaring op eer ingevuld worden.
Een overzicht van alle stopzettingsadministratie vind je op een andere pagina.

4.1.1. Bij ziekte kan je genieten van arbeidsongeschiktheid

Uitkeringen

Bij ziekte kan je de dagvergoeding aanvragen bij het ziekenfonds. Doe je dit niet binnen de 14 kalenderdagen na begindatum ziekte, dan houdt het ziekenfonds 10% van de vervallen uitkering in. Indien je arbeidsongeschikt erkend bent, heb je recht op een uitkering vanaf de 2e maand ongeschiktheid.
Vanaf de 13e maand arbeidsongeschiktheid ben je dan op invaliditeit. De dagvergoeding stijgt, wanneer je tijdens de invaliditeit ook het bedrijf stopzet.
Zet je enkel je persoonlijk activiteit stop, maar blijft het bedrijf wel op jouw naam staan, dan krijg je tijdens de invaliditeit verder dezelfde uitkering als tijdens het eerste jaar van ongeschiktheid.
Onderstaande tabel biedt een overzicht.

Dagvergoeding bij arbeidsongeschiktheid, naar statuut en duur van de arbeidsongeschiktheid (bedragen geldig 01/01/2018).

  Dagbedrag
Bedragen vanaf 1 januari 2018 
Zonder stopzetting bedrijf
Met gezinslast 58,68 euro
Alleenstaande 46,96 euro
Samenwonende 35,76 euro
Met stopzetting bedrijf
Met gezinslast 58,68 euro
Alleenstaande  46,96 euro
Samenwonende 39,98 euro

Wie langer dan een jaar arbeidsongeschikt is, ontvangt een invaliditeitsuitkering. Deze is niet alleen afhankelijk van het statuut maar ook van het al dan niet stopzetten van het bedrijf.

Invaliditeit
zonder gelijkstelling
gezinshoofd 58,68 euro per dag
samenwonende 35,76 euro per dag
met gelijkstelling:
gezinshoofd 58,96 euro per dag
alleenstaande 46,96 euro per dag

Tijdens het eerste jaar van de ongeschiktheid heb je recht op een uitkering indien je niet in staat bent je vroegere beroepsactiviteit uit te oefenen. Vanaf de 13de maand van ongeschiktheid (periode van invaliditeit) worden de voorwaarden strenger. Je moet niet alleen ongeschikt zijn om je vroegere activiteit uit te oefenen, bovendien moet je ongeschikt zijn om het even welke beroepsbezigheid uit te oefenen die men je billijkerwijze kan opleggen. Om dit te beoordelen zal men rekening houden met je gezondheid, je beroepsopleiding, je leeftijd en je burgerlijke stand.Het eerste jaar is er een bedrijfsvoorheffing van 11,11%

Nuttige aanvragen

  • Indien je het bedrijf stopzet, kan je de `gelijkstelling wegens ziekte' aanvragen bij jouw sociaal verzekeringsfonds. Hierdoor blijf je gerechtigd op kinderbijslag, ziekteverzekering en pensioen zonder sociale bijdragen te betalen. Behoud je het bedrijf en laat je de taken door een derde uitvoeren, dan kan je wel de dagvergoeding bij het ziekenfonds aanvragen, maar niet de gelijkstelling wegens ziekte. In dit geval moet je dus wel sociale bijdragen blijven betalen.

  • Word je als gezinshoofd arbeidsongeschikt en heb je minstens 1 kind ten laste, dan heb je vanaf de 7e maand arbeidsongeschiktheid recht op verhoogd kindergeld. De aanvraag hiervoor doe je bij je sociaal verzekeringsfonds.

Goed om te weten:

  • Term: Samenwonende
    De term 'Samenwonende' heeft voor de ziekte en invaliditeitsuitkering een andere betekenis, dan in het courante taalgebruik.
    In de omgangstaal staat 'Samenwonende' voor: met iemand samenwonen zonder dat er een huwelijksband is.
    Voor de ziekte en invaliditeitsverzekering betekent 'Samenwonende' met iemand samenwonen, die een inkomen heeft dat hoger is dan een wettelijk bepaald bedrag. Of men al dan niet gehuwd is, speelt hierbij geen rol.
  • Inkomen partner: wijzigingen onmiddellijk melden.
    Als het inkomen van de partner wijzigt, is het mogelijk dat de uitkering moet herberekend worden. Daarom dient elke wijziging onmiddellijk aan het ziekenfonds te worden gemeld. Indien dit laattijdig gebeurt, kan dat een terugvordering of bijbetaling van uitkeringen tot gevolg hebben.

Aanverwante voordelen

Aanverwante voordelen waar je als arbeidsongeschikte eventueel aanspraak kan op maken zijn:

  • vrijstelling kijk- en luistergeld;
  • sociaal telefoontarief voor gehandicapten en voor personen ouder dan 65 jaar, sociaal tarief voor gas en elektriciteit voor mensen met een handicap, een bestaansminimum of een gewaarborgd inkomen voor bejaarden;
  • vrijstelling van verkeersbelasting op autovoertuigen voor gehandicapten;
  • vrijstelling van btw op de verkoopprijs van autovoertuigen voor gehandicapten;
  • vrijstelling van de inschrijvingstaks op tweedehandswagens;
  • verminderd tarief voor het openbaar vervoer, voor mensen met een handicap of personen met een -statuut;
  • speciale parkeerkaart voor mensen met een handicap.

Tip: Deze aanverwante voordelen hebben elk hun eigen voorwaarden. Meer informatie hierover kan je bekomen bij jouw ziekenfonds.

Verhoogde tegemoetkoming

Personen met een laag inkomen hebben recht op de verhoogde tegemoetkoming. Zij betalen minder voor gezondheidszorg en hebben nog andere financiële voordelen.
Begin 2014 ging een nieuwe regeling in, waarbij de regeling verhoogde tegemoetkoming en het Omnio-statuut werden samengevoegd tot één eenvormige regeling. De benaming 'Verhoogde tegemoetkoming' blijft bestaan.

Er zijn drie mogelijke voorwaarden om de verhoogde tegemoetkoming te krijgen: 

Behoor je tot een van onderstaande groepen, gebeurt de berekening op basis van het bruto belastbaar maandinkomen van het gezin. Omgerekend moet het lager zijn dan 18.730,66 euro per jaar, verhoogd met 3.467,55 euro per bijkomend gezinslid (bedragen geldig sinds 1 september 2017): 

  • gepensioneerden;
  • mindervaliden;
  • weduwen/weduwnaars;
  • personen die een invaliditeitsuitkering ontvangen;
  • ambtenaren in disponibiliteit van wie de ziekteperiode minstens één jaar bedraagt;
  • militairen die tijdelijk, maar minstens een jaar uit hun ambt zijn ontheven wegens ziekte;
  • eenoudergezinnen;
  • personen die minstens één jaar ononderbroken arbeidsongeschikt of volledig werkloos zijn, of een combinatie van beide.

De berekening gebeurt op basis van het inkomen van de maand voorafgaand aan de aanvraag. Gebeurt de aanvraag evenwel in de maand waarin bovenstaande situatie is ontstaan, wordt het inkomen van die maand onderzocht. 

Tegemoetkomingen aan gehandicapten

De Inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) wordt toegekend aan de persoon met een handicap die door zijn lichamelijke of psychische toestand op de arbeidsmarkt maar 1/3 of minder kan verdienen van het loon van een gezond persoon.
Om recht te hebben op een tegemoetkoming, moet je handicap eerst en vooral erkend zijn door de artsen van de DG Personen met een handicap. 
Voor een IVT houden de artsen rekening met de invloed van je handicap op je mogelijkheid om te werken. Als je verdienvermogen tot 1/3 verminderd is, kan je recht hebben op een IVT.
De Integratietegemoetkoming (IT) kan je ontvangen indien je bij het uitvoeren van je dagelijkse activiteiten moeilijkheden hebt, indien je handicap erkend is door de artsen van DG Personen met een handicap en je minimaal 7 punten behaalt op de "zelfredzaamheid" schaal en je inkomen een bepaalde grens niet overschrijdt.

4.1.2. Stopzetting naar aanleiding van pensioen

De pensioenleeftijd voor mannen en vrouwen is 65 jaar. De pensioenleeftijd voor vrouwen werd geleidelijk opgetrokken van 60 jaar naar 65 jaar. Sinds 2009 is de pensioenleeftijd voor de vrouw dus ook 65 jaar.

Bedrag vanaf 1 januari 2018
Minimumpensioen met een volledige loopbaan
gezinshoofd 1 525,60 euro per maand
alleenstaande 1 220,86 euro per maand
overlevingspensioen 1 204,55 euro per maand

 

Toegelaten activiteit voor de pensioenleeftijd Zelfstandige
(netto belastbaar)
Rustpensioen zonder kinderlast 6.417,00
Rustpensioen met kinderlast 9.626,00
Overlevingspensioen zonder kinderlast 14.942,00
Overlevingspensioen met kinderlast 18.677,00
Toegelaten activiteit vanaf de pensioenleeftijd Zelfstandige
(netto belastbaar)
Overlevingspensioen zonder kinderlast 18.536,00
Overlevingspensioen met kinderlast 22.547,00
Rustpensioen met en zonder kinderlast Onbeperkt

 

Leeftijd Loopbaan Gezinshoofd Alleenstaande
Minimumpensioen
60 jaar 40/45 1 356,09 1 085,21
61 jaar 41/45 1 389,99 1 112,34
62 jaar 42/45 1 423,89 1 139,47
63 jaar 43/45 1 457,80 1 166,60
64 jaar 44/45 1 491,70 1 193,73
65 jaar 45/45 1 525,60 1 220,86
Maximumpensioen
65 jaar 45/45 1 689,93 1 351,94

Een pensioenloopbaan langer dan 45 jaren? Het kan voortaan!

Een basisprincipe in de pensioenwetgeving sneuvelt. De pensioenloopbaan sluit niet meer af na 45 loopbaanjaren. Zelfstandigen die langer actief blijven, bouwen ook hun pensioen verder uit. Dat zal hen een ‘meer-dan-volledig’ pensioen opleveren (46/45 en meer). Deze nieuwe maatregel zal gelden voor pensioenen die ingaan vanaf 2019. Maar u kan er nu al rekening mee houden!

De regering wil daarmee stimuleren dat (ook) de zelfstandigen zo lang mogelijk actief blijven. Maar de maatregel geldt niet alleen in die situatie. Ook personen met een gemengde loopbaan zelfstandige-werknemer zullen ervan genieten, en niet alleen als ze langer doorgewerkt hebben. Zij kunnen immers ook boven de 45 jaren uitkomen als zij in bepaalde jaren een dubbele hoedanigheid hadden: één kalenderjaar telt dan voor 2 loopbaanjaren (op voorwaarde dat de sociale bijdragen als zelfstandige in bijberoep hoog genoeg waren).

Deze wet werd op 23 november 2017 goedgekeurd door het parlement.

Bron: Acerta

De pensioenleeftijd voor mannen en vrouwen is 65 jaar. De pensioenleeftijd voor vrouwen werd geleidelijk opgetrokken van 60 jaar naar 65 jaar. Sinds 2009 is de pensioenleeftijd voor de vrouw dus ook 65 jaar.

Je pensioen wordt berekend op basis van je loopbaan. Een volledige loopbaan is verworven na 45 jaar activiteit, eventueel op basis van een gemengde loopbaan (bijvoorbeeld werknemer + zelfstandige). Ook zonder een volledige loopbaan kan je op je 65 jaar met pensioen gaan, maar dan ligt het pensioenbedrag uiteraard lager. In de meeste gevallen heb je recht op het minimumpensioen in verhouding tot de loopbaan. Bij een volledige loopbaan van 45 jaar heb je recht op het volledige pensioenbedrag, bij een loopbaan van bijvoorbeeld 40 jaar heb je recht op 40/45 van het minimumpensioen.

Sinds 2014 wordt er geen vermindering wegens vervroeging meer toegepast en dit ongeacht de leeftijd en ongeacht de loopbaan.

Als je op 65 jaar op pensioen gaat, moet je je pensioen niet zelf meer aanvragen. De pensioendienst onderzoekt automatisch je pensioenrecht. Je wordt hiervan trouwens 15 maanden voor je 65ste verjaardag per brief verwittigd. Alleen wanneer je voor of na je 65ste op pensioen wil gaan, is een aanvraag nodig. Je kan die aanvraag één jaar op voorhand doen via het gemeentehuis. Je kan ook je pensioen elektronisch aanvragen via mypension. De afwerking van een pensioendossier neemt maximum ongeveer 1 jaar in beslag.

De pensioendienst van jouw ziekenfonds kan je helpen om een simulatie te maken van je pensioen. Je kan ook steeds terecht bij de Pensioenlijn via tel 1765 (houd je rijksregisternummer dan bij de hand), of je kan rekenen op een verhoogde tegemoetkoming (Inkomensgarantie voor Ouderen: IGO). Sinds 2014 wordt in het overgrote deel van de dossiers automatisch nagezien of je in aanmerking komt voor deze IGO en wat voor jou de beste oplossing kan zijn. Deze dienstverlening gebeurt in uiterste discretie. Stap dus eens binnen bij het plaatselijk kantoor van jouw ziekenfonds.

Zowel de gepensioneerde als zijn echtgenote mogen nog een toegelaten activiteit uitoefenen.

Grenzen van de toegelaten inkomsten 2018:

  Voorwaarden Kinderlast Niet te overschrijden jaarbedrag per type van activiteit
Werknemer, ambt of mandaat Zelfstandig of gemengd (werknemer en zelfstandige)
A
  • 65 jaar met een rustpensioen al dan niet gecombineerd met een overlevingspensioen;
  • 45 kalenderjaren GHT op de ingangsdatum van het Belgische rustpensioen. (GHT= gewoonlijke en hoofdzakelijke tewerkstelling)
/
Onbegrensd
Onbegrensd
B
  • Enkel overgangsuitkering voor weduwen en weduwnaars
/
Onbegrensd
Onbegrensd
C
  • Vóór de wettelijke pensioenleeftijd
  • Jonger dan 65 jaar of geen 45 kalenderjaren op het ogenblik van de pensionering
  • Als huwelijkspartner (jonger dan de wettelijke pensioenleeftijd) van een partner met een gezinspensioen.
Neen 8 022,00 EUR 6 417,00 EUR
Ja 12 033,00 EUR 9 626,00 EUR
D
  • Jonger dan 65 jaar met alleen overlevingspensioen
Neen 18 677,00 EUR 14 942,00 EUR
Ja 23 346,00 EUR 18 677,00 EUR
E
  • Vanaf de wettelijke pensioenleeftijd met een rustpensioen en jonger dan 65 jaar;
  • Vanaf de wettelijke pensioenleeftijd met alleen een overlevingspensioen
  • Als huwelijkspartner (vanaf wettelijke pensioenleeftijd) van een partner met een gezinspensioen
Neen 23 170,00 EUR 18 536,00 EUR
Ja 28 184,00 EUR 22 547,00 EUR

Als u het toegelaten inkomen overschrijdt met minder dan 100% wordt uw pensioen voor dat jaar evenredig verminderd. Overschrijdt u het toegelaten inkomen met 100% of meer, dan wordt uw pensioenuitkering geschorst.

http://www.onprvp.fgov.be/NL/profes/working/limits/paginas/default.aspx

Je hoeft geen sociale bijdragen te betalen als een van volgende situaties voor u van toepassing is:

  • Het referte-inkomen is lager dan 2.942,03 euro.Je hoeft geen sociale bijdragen te betalen als een van volgende situaties voor u van toepassing is:
  • U bent actieve gepensioneerde landbouwer of tuinbouwer en uw activiteit blijft beperkt tot een wettelijk bepaalde oppervlakte. Je moet wel aangifte doen van deze activiteit aan de pensioendiensten, anders loop je het risico een maand pensioen te verliezen. De bewerkte gronden mogen niet groter zijn dan: 
    • 1 ha (landbouwgrond, maai- of grasweide)
    • 35 a (gewone boomgaard)
    • 15 a (groenten)
    • 15 a (tabak of hop)
    • 15 a (geneeskrachtige planten of intensieve boomgaard)
    • 12,5 a (boomkwekerij of rijbos)
    • 10 a (witloof)
    • 3 a (bloemen en sierplanten)
    • 200 m² serre(s)

Voor gemengde teelt zijn er bijkomende grenzen.

Opgelet: Het is verplicht om aangifte te doen van de toegelaten activiteit. Doe je dit niet, dan word je pensioen gedurende een maand geschorst.
Indien je geen toegelaten activiteit na pensioen uitoefent, en net voor je in pensioen gaat je aanvraag tot niet regularisatie van je voorlopige sociale bijdragen aangevraagd hebt, is er geen sociale bijdrage meer verschuldigd. Je bent sociaal verzekerd op grond van de uitbetaling van je pensioen.

4.1.3. Stopzetting naar aanleiding van overlijden

Indien de zelfstandige overlijdt, is er in principe recht op overlevingspensioen voor de weduwe/weduwnaar. Ook is er recht op wezen bijslag. De langstlevende echtgenoot wordt altijd begeleid door het sociaal verzekeringsfonds voor de afhandeling van het dossier.
De weduwe/weduwnaar heeft de mogelijkheid om het bedrijf op haar/zijn naam te zetten of om het bedrijf over te laten. De beroepsinkomsten moeten beperkt worden om het recht op overlevingspensioen te behouden. Door zelf het bedrijf gedurende een aantal jaren uit te baten, wordt een eigen loopbaan gevormd met recht op een eigen rustpensioen.

Overlevingspensioen

Na uw overlijden kan een overlevingspensioen worden toegekend aan uw echtgenoot of echtgenote als zij/hij 45,5 jaar of ouder is. Deze leeftijd wordt geleidelijk opgetrokken. In 2030 zal de minimumleeftijd voor het overlevingspensioen 55 jaar zijn. 
Als uw echtgenoot of echtgenote jonger is dan de minimumleeftijd, dan kan hij/zij gedurende 12 maanden (24 maanden bij kinderlast) een overgangsuitkering krijgen.

Als de overleden zelfstandige nog niet gepensioneerd was, wordt het overlevingspensioen berekend op basis van de loopbaan en de inkomsten.Als de overleden zelfstandige al gepensioneerd was, bedraagt het overlevingspensioen 80% van het gezinspensioen.

Overlevingspensioen en overgangsuitkering

Vanaf 2015 is de wetgeving rond het overlevingspensioen grondig gewijzigd door de invoering van een overgangsuitkering. Deze nieuwe regeling wordt toegepast wanneer de huwelijkspartner overlijdt na 31 december 2014, en houdt in dat wie niet voldoet aan de leeftijdsvoorwaarden (45 jaar) om een overlevingspensioen te krijgen eventueel recht heeft op een overgangsuitkering gedurende: 

  • 12 maanden (zonder kinderlast);
  • 24 maanden (met kinderlast).

Wie al een overlevingspensioen ontving volgens de vroegere wetgeving blijft dat recht behouden.
Het overlevingspensioen en de overgangsuitkering bieden de langstlevende huwelijkspartner de mogelijkheid een pensioen te verkrijgen op basis van de werknemersloopbaan van zijn overleden huwelijkspartner. Zowel mannen als vrouwen kunnen er aanspraak op maken.

De overgangsuitkering wordt op dezelfde manier berekend als het overlevingspensioen.

Externe links:

Top