Je bent hier : Dienstverlening  >  Doorstart  >  Schulden vereffenen  >  Faillissement
woensdag , november , 14 2018

Ook land- en tuinbouwers kunnen langs de handelsrechtbank.

Faillissement

Wie komt in aanmerking voor de faillissementsregeling?

De schuldenaar die op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en van wie het krediet geschokt is, bevindt zich in staat van faillissement. Beide voorwaarden moeten vervuld zijn. Wanneer de schuldenaar ophoudt te betalen, maar toch nog het vertrouwen blijft genieten van zijn schuldeisers, is hij niet in staat van faillissement. Tijdelijke betalingsmoeilijkheden volstaan dus niet om het faillissement uit te spreken.

Door de inwerkingtreding van de nieuwe Insolventiewet van 11  augustus 2017 is vanaf 1 Mei 2018  een faillissement mogelijk voor :

  • iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent
  • iedere rechtspersoon;
  • iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid ( zoals bv een Feitelijke Vereniging)
  •  

Elke persoon of entiteit die tot één van deze categorieën behoort, valt binnen het toepassingsgebied van deze insolventiewet en kan bijgevolg voortaan zowel failliet verklaard worden, als het voorwerp zijn van een procedure van gerechtelijke reorganisatie. Dit betekent dat ook voor zaakvoerders van vennootschappen, vrije beroepen, vzw’s en feitelijke verenigingen een faillissement mogelijk is.

De Faillissementswet van 8 augustus 1997 blijft echter van toepassing op alle faillissementen die voor 1 mei 2018 zijn uitgesproken. De belangrijkste verschillen  met de nieuwe Insolventiewet:

 

1: Nieuwe inkomsten na faillissement

Oude wet: tot afsluiting van het faillissement kan de curator loonbeslag leggen. Eventuele nalatenschappen of andere inkomsten vallen in het actief van het faillissement.

Nieuwe wet: alle inkomsten die de gefailleerde ontvangt door een oorzaak die dateert na het faillissement vallen buiten het actief van het faillissement.

Een betaling van voor het faillissement geleverde goederen valt dus in het actief maar loon of een erfenis na datum faillissement valt buiten het faillissement.

2: Verschoonbaarheid  vs kwijtschelding

Oude wet: een natuurlijk persoon kan verschoonbaarheid krijgen voor de restschulden. Als deze wordt toegestaan ( uiterlijk bij afsluiten van het faillissement) kan deze niet meer vervolgd worden door zijn schuldeisers maar de schulden blijven nog wel bestaan. Na overlijden kunnen niet vervallen schulden opnieuw actief worden en overgaan op de erfgenamen. (!)

De verschoonbaarheid kan enkel worden toegekend of geweigerd voor het geheel van de restschulden.

Er moet geen verzoek tot verschoning worden ingediend. Enkel indien men wil genieten van een vervroegde verschoning kan er een aanvraag hiertoe worden gedaan vanaf zes maanden na datum van faillissement.

Nieuwe wet: een natuurlijk persoon kan de kwijtschelding vragen van de restschulden. Als deze wordt toegestaan ( ( uiterlijk bij afsluiten van het faillissement) zal de schuld niet langer bestaan.

De kwijtschelding kan worden toegekend voor het geheel van de restschulden maar ook slechts voor een deel hiervan.

Als de kwijtschelding niet wordt gevraagd uiterlijk 3 maanden na bekendmaking van het vonnis kan deze niet meer worden toegestaan.

3: Gevolgen voor ( gewezen) echtgenoot en (gewezen) wettelijk samenwonende

 

Oude wet: De verschoonbaarheid van de gefailleerde werkt automatisch door ten aanzien van de (ex)-echtgenoot  van de gefailleerde voor alle schulden waarvoor hij/zij persoonlijk aansprakelijk is en die tijdens de duur van het huwelijk werden aangegaan. De ‘eigen’ schulden van de echtgenoot vallen niet onder de verschoonbaarheid. Dit kunnen bv zijn ‘eigen’ belastingschulden of  schulden die betrekking hebben op de ‘eigen’ beroepsactiviteiten van echtgenoot.

De feitelijk samenwonende partner kan niet genieten van de verschoonbaarheid van de partner. Hij/zij blijft er dus toe gehouden om  een schuld aan te zuiveren waarvoor zijn verschoonbaar verklaarde partner niet langer kan worden vervolgd

Nieuwe wet: Als een gefailleerde schuldkwijtschelding krijgt, dan geldt dat ook voor de echtgenoot, gewezen echtgenoot, wettelijk samenwonende of gewezen wettelijk samenwonende van de gefailleerde, als :

  1. die persoonlijk verbonden is voor de schuld van de gefailleerde
  2. de verplichting tijdens de duur van het huwelijk of de duur van de wettelijke samenwoning was aangegaan. Let wel, de kwijtschelding telt niet voor de wettelijk samenwonende van wie de verklaring van samenwonen afgelegd werd in de zes maanden voor het openen van de faillissementsprocedure.

Er is geen kwijtschelding voor de partner als de schulden vreemd  zijn aan de beroepsactiviteit van de gefailleerde. Het maakt niet uit of die schulden alleen of samen met de gefailleerde werden aangegaan. Met andere woorden, de partner kan geen kwijtschelding verkrijgen voor privéschulden die niets met het beroep van de gefailleerde te maken hebben.

Strikt genomen zou dit betekenen dat de partner verantwoordelijk blijft voor een woningkrediet, autokrediet, persoonlijke lening of  met niet betaalde huishoudelijke schulden zoals mazout, elektriciteit, enz

Dat stelt zich de vraag of het voor de echtgenoot/samenwonende ook niet is aangewezen om ook het faillissement aan te vragen indien hij/zij samen met de gefailleerde de beroepsactiviteit uitoefent.

Wie kan het faillissement aanvragen?

Een faillissement kan niet alleen op verzoek van de schuldenaar, maar ook op verzoek van de schuldeisers en zelfs op verzoek van het Openbaar Ministerie, dat het algemeen belang vertegenwoordigt.
De faillietverklaring gebeurt bij vonnis van de insolventierechtbank waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, hetzij op aangifte van de schuldenaar, hetzij op dagvaarding van een of meer schuldeisers of van het openbaar ministerie.

De schuldenaar is verplicht, binnen een maand nadat hij heeft opgehouden te betalen (!), daarvan aangifte te doen ter griffie van de bevoegde rechtbank.
De aangifte wordt elektronisch gedaan in het register, of bij uitzondering, door de neerlegging van een akte ter griffie wanneer de schuldenaar niet de mogelijkheid heeft een elektronische aangifte te doen.

Voor het neerleggen op bekentenis of aangifte zijn volgende gegevens en stukken nodig.

  1. 1: De balans, de boekhouding en de jaarrekening (of een nota met uitleg waarom het onmogelijk is die documenten te tonen;) De balans bevat
    • een tabel met de waarde van actief en passief; De aangever moet de balans voor echt verklaren, voorzien van een datum en ondertekenen.
    • een tabel met een schatting van alle roerende en onroerende goederen van de schuldenaar;
    • de staat van de schuldvorderingen en de schulden;
    • een tabel van de winsten en verliezen;
    • de laatste behoorlijk afgesloten resultatenrekening;
    • een tabel van de uitgaven.
  2. De gegevens over de plaats waar de boekhouding zich bevindt, met aanduiding of deze gehouden worden door derden; in dat geval de contactgegevens van deze derden.
  3. Als de aangever de laatste 18 maanden personeel had,
    • het personeelsregister,
    • de individuele rekening van de werknemers van het afgelopen kalenderjaar en van het lopende kalenderjaar,
    • de contactgegevens van het sociaal secretariaat en de sociale kassen waarbij het bedrijf aangesloten is,
    • de identiteit van de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk en van de leden van de vakbondsafvaardiging
    • de RSZ toegangscode van het elektronisch personeelsregister die ook toegang verleent tot de overige noodzakelijke identificatiegegevens. (Als de curators het vragen moet het sociaal secretariaat hun onmiddellijk en kosteloos de ontbrekende gegevens geven.)
  4. een lijst met naam en adres van de klanten en leveranciers. (best met adres, ondernemersnummer, telefoonnummer en e-mail)
  5. de lijst met naam en adres van de natuurlijke personen die zich kosteloos persoonlijk zeker gesteld hebben voor de onderneming
  6. indien de schuldenaar een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid is of een rechtspersoon waarvan de vennoten onbeperkt aansprakelijk zijn, de lijst van de vennoten en het bewijs dat de vennoten op de hoogte werden gebracht.
  7. Verslag bijzondere algemene vergadering, inhoudende de beslissing en goedkeuring tot het neerleggen van de boeken

Verder verloop van de procedure

  • In het vonnis van faillietverklaring benoemt de rechtbank van koophandel een rechter-commissaris onder haar leden.
  • De rechtbank stelt eveneens 1 of meer curatoren aan, afhankelijk van de belangrijkheid van het faillissement.
  • Alle schuldeisers moeten aangifte doen, dus ook de bevoorrechte schuldeiser. De termijn voor aangifte bedraagt maximum 1 jaar, te rekenen vanaf het vonnis van faillietverklaring.
  • Onmiddellijk na het vonnis van faillietverklaring en na de eedaflegging nemen de curatoren hun taak op. Vanaf de ambtsaanvaarding maken de curatoren onder toezicht van de rechter-commissaris een beschrijving op van de goederen van de gefailleerde.
    Alle correspondentie wordt afgeleid naar de curator. Dit wordt geregeld een opdracht via de Post. De brieven over bedrijfszaken neemt hij ter harte. De privébrieven moet hij doorsturen naar de gefailleerden. In praktijk gebeurt ook soms het tegenovergestelde: alle post gaat naar de gefailleerde, die alle bedrijfspost doorstuurt naar de curator.
    De curator moet alle leveranciers, die hij kent, aanschrijven: het is daarom belangrijk dat je de lijst van alle leveranciers kan afgeven.
    Zodra alle schuldvorderingen afgehandeld zijn, gaan de curatoren over tot de vereffening van het faillissement. De curatoren laten onder andere de (on)roerende goederen en koopwaren verkopen.
    Wanneer de vereffening van het faillissement beëindigd is, worden de schuldeisers van de gefailleerde bijeengeroepen door de curatoren, op bevel van de rechter-commissaris. De vereenvoudigde rekening van de curatoren wordt bij deze oproeping gevoegd.
    Op deze vergadering wordt de rekening besproken en afgesloten.

Borgstellers

In bijna alle vennootschappen die we ontmoetten, zagen we dat de zaakvoerder (of bestuurder) borg stond voor de schulden van de onderneming. En hier schuilt een risico voor de zaakvoerder, die bij de borgstelling zelden wordt vermeldt: er bestaat geen mogelijkheid meer om de borgstelling van de zaakvoerder te laten bevrijden. (!)


Indien er ander borgstellers zijn, dan kunnen deze borgstellingen vervallen op voorwaarde dat de borgstelling kosteloos is. Wanneer het hier gaat over een persoonlijke borg (enkel handtekening) kan een verzoekschrift de bevrijding van deze kosteloze borgstelling aangevraagd worden bij de rechtbank van koophandel, waar het faillissement behandeld wordt. Dergelijke bevrijding van borg kan geheel of gedeeltelijk toegestaan worden, wanneer de borgsteller kan aantonen dat de schuld niet in overeenstemming is met zijn/haar inkomen en bezit. De borgsteller mag natuurlijk zijn onvermogen niet frauduleus georganiseerd hebben. Daarenboven mag de borgsteller geen voordeel hebben gehad door de gestelde borg. In praktijk kan de borgsteller dit slechts aantonen met een goed gestoffeerd dossier, opgemaakt door een advocaat met specialisatie handelsrecht.


Tijdelijke borgstellers horen te weten dat een borgstelling geldig blijft zolang de borghouder (meestal de bank) geen schriftelijke verklaring afgeeft, die de schrapping bevestigt. Vooral bij tijdelijke borgstellingen in afwachting van een andere waarborgvestiging (bijvoorbeeld waarborg VLIF of hypotheekinschrijving) loopt de tijdelijke borg wel degelijk risico dat de bank (tot 10-tallen jaren) later deze borgstelling opeist. Het is dan aan de borgsteller om voor de rechtbank te bewijzen dat de borgstelling al lang geschrapt was.

 

Opeisbare maar onbetaalbare borgstelling?
 

Indien de borgstelling ten gunste van de vennootschap op de natuurlijke persoon wordt opgeëist, komt die vaak persoonlijk  in de problemen. In heel wat gevallen kan de ex-zaakvoerder niet anders dan ook het faillissement zichzelf als zaakvoerder of van zijn persoonlijk bedrijf aanvragen. Na uitwinning van zijn totale persoonlijk vermogen, kan de zaakvoerder dan de kwijtschelding aanvragen.

 

Sociaal statuut van een gefailleerde: het overbruggingsrechts als tijdelijk vervangingsinkomen
 

Om zich in regel te stellen na het faillissement kan je een beroep doen op het overbruggingsrecht. Deze verzekering houdt in, dat je gedurende maximaal 12 maanden recht hebt op een uitkering. Het bedrag is vanaf 1 juli 2007 gekoppeld aan het minimumpensioen voor zelfstandigen.
Op dit moment (augustus 2018) bedraagt dit  1 220,86 euro voor een gerechtigde zonder gezinslast en 1 525,60€ per maand voor een gerechtigde met gezinslast.
 

Bovendien behoud je het recht op geneeskundige zorgen en kinderbijslag voor een periode van 4 kwartalen, zonder betaling van bijdragen. De aanvraag wordt ingediend bij het sociaal verzekeringsfonds.


We raden de gefailleerden steeds aan om deze uitkering zo snel mogelijk (en binnen de wettelijke periode) aan te vragen. Deze uitkering is bedoeld voor gefailleerden, die na hun faillissement geen enkel ander inkomen hebben. Indien de gefailleerde onmiddellijk na zijn faillissement in loondienst gaat werken, dan wordt de aanvraag geregistreerd, maar niet uitgekeerd, omdat er een nieuw inkomen is. Indien de werkgever de gefailleerde immers binnen de 12 maanden ontslaat, kan de gefailleerde terug beroep doen op deze uitkering.

 

Een zaakvoerder, die na het faillissement van zijn vennootschap, in loondienst is gaan werken, beschikt niet over een ondernemersnummer en kan persoonlijk niet failliet gaan. De vordering van de borghouder blijft opeisbaar. Het enige wat hij kan doen, is een collectieve schuldenregeling aanvragen (zie volgende pagina).
Links:

(laatst aangepast: augustus 2018)

Top