Je bent hier : Dienstverlening  >  Persoonlijke ondersteuning  >  Bedrijfsoplossingen  >  Algemeen  >  Omzetverhoging  >  Leurkaart
woensdag , december , 07 2022

Directe verkoop

Wanneer hebben landbouwers een leurkaart nodig?

Er bestaan heel wat reglementeringen, die te maken hebben met de rechtstreekse verkoop van hoeveproducten op het bedrijf, in een hoevewinkel of op boerenmarkten. Een belangrijke bepaling is dat voor de uitoefening van ambulante handel (leurhandel) - hetzij voor eigen rekening, hetzij voor rekening voor rekening van een derde - een voorafgaande machtiging van het Ministerie van Middenstand en Landbouw vereist, beter bekend als de leurkaart. Hierbij geven we een kort overzicht van de betreffende wetgeving.

Wat is ambulante handel of leurhandel?

Onder ambulante handel of leurhandel verstaan we elke verkoop of uitstalling met het oog op verkoop van producten aan de consumenten door een handelaar buiten de woonplaats van de landbouwer of buiten de zetel van de vereniging. Als een landbouwer hoeveproducten wil verkopen op een markt, oefent hij dus een ambulante handel uit. In principe kunnen de ambulante activiteiten ondergebracht worden in 3 categorieën:

  1. Ten huize van de consument (het vroegere "deur aan deur")

  2. Op de openbare weg (inbegrepen de parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, verkoop in de straten van winkelgalerijen, stations-, luchthaven- en metrohallen en verkoopplaatsen op kermissen en jaarmarkten

  3. Op de openbare markten.

Leurhandel op andere plaatsen dan hogervermelde categorieën (bijvoorbeeld op parkings van grootwarenhuizen, op privémarkten…) zijn principieel verboden.

Wanneer heb je een leurkaart nodig? 

Als een land- of tuinbouwer zelf voortgebrachte producten wil verkopen op de boerderij heeft hij geen leurkaart nodig. Indien hij echter ook producten van derden wil verkopen, heeft hij wél een machtiging nodig van het ministerie van Middenstand en Landbouw. Ook als de landbouwer zelf voorgebracht producten wil verkopen op een markt heeft hij een leurkaart nodig.

Er bestaan 2 soorten leurkaarten:

  • De blauwe leurkaart = hoofdleurkaart: voor natuurlijke personen, die voor eigen rekening een ambulante activiteit uitoefenen. De Blauwe kaart wordt ook afgeleverd aan personen, die belast zijn met het dagelijks bestuur van een rechtspersoon, die een ambulante activiteit uitoefent. Deze kaart is zes jaar geldig en is hernieuwbaar.
  • De roze kaart = hulpleurkaart: voor echtgenoot of echtgenote en familieleden tot de tweede graad, aan de werkende leden van de vennootschap of aan de werknemers met een arbeidsovereenkomst, van natuurlijke personen of rechtspersonen, die een ambulante activiteit uitoefenen. De hulpleurkaart heeft dezelfde vervaldatum als de hoofdleurkaart.

Wie kan een leurkaart aanvragen?

De minimumleeftijd, waarop men een blauwe kaart of hulpleurkaart als werkende vennoot kan verkrijgen, is vastgesteld op 18 jaar. Om een helpleurkaart als helper of werknemer te verkrijgen, moet je minstens 16 jaar oud zijn. Voor onderdanen van de Europese Unie staan er geen afzonderlijke vereisten. Zij kunnen een leurkaart ontvangen zonder in België te verblijven.

Vreemdelingen, afkomstig uit landen buiten de Europese Unie, kunnen slechts een leurkaart bekomen, indien zij gedurende 10 jaar in België hebben verbleven. Deze verblijfsvoorwaarde geldt echter niet voor de echtgenoot, echtgenote of kinderen van een Belg of een onderdaan van een andere lidstaat, die het recht heeft in België te verblijven (bijvoorbeeld een Marokkaan, die getrouwd is met een Belgische).

Een machtiging tot het uitoefenen van een ambulante activiteit is persoonlijk en specifiek. Dit laatste betekent dat de houder ervan slechts gerechtigd is om ambulante activiteiten uit te oefenen op de plaatsen en voor de goederen, die op de kaart zijn vermeld. Zij kan enkel verkregen worden door natuurlijke personen, en dus niet op naam van firma.

Hoe kan je een leurkaart aanvragen?

Een aanvraag tot het ontvangen, wijzigen of vervangen van een leurkaart wordt ingediend via het daartoe bestemde formulier bij het gemeentebestuur van de hoofdverblijfplaats van de betrokkene. Wil je een aanvraag indienen, neem dan ook je identiteitskaart, eventueel inschrijvingsbewijs in het ondernemersloket (zie hieronder) en voor vennootschappen een kopie van de oprichtingsakte mee. De aanvraag van de helpleurkaart kan enkel gebeuren als er ook een kopie van de hoofdleurkaart en een bewijs van een arbeidsovereenkomst (kopie van het arbeidscontract, bewijs van sociaal secretariaat….) beschikbaar is.

Het gemeentebestuur stuurt de aanvraag naar het ministerie van Middenstand, dat zal onderzoeken of de aanvrager voldoet aan de voorwaarden om de leurkaart toe te kennen. Soms zullen er bijkomende inlichtingen worden gevraagd. Op het aanvraagformulier worden een bedrag van 37 euro fiscale zegels aangebracht. Bij de overhandiging van de nieuwe leurkaart is een taks van 37 euro en een zegelrecht van 5 euro verschuldigd. Voor aanvragen tot wijziging en vervanging is enkel de taks van 37 Euro en het zegelrecht van 5 Euro verschuldigd. De aanvraag moet gebeuren voor de aanvang van de activiteit of bij hernieuwing van de leurkaart tussen de 90ste en de 60ste dag voor de vervaldatum van de leurkaart.

Ondernemersloket

Sinds 1 juli 2003 moet elke zelfstandige, die daden van koophandel stelt, zich via een erkend Ondernemingsloket laten registreren bij de Kruispuntenbank voor Ondernemingen. Daar krijgt hij / zij een uniek ondernemingsnummer. Het ondernemingsnummer wordt toegekend door de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie en zal uiteindelijk het handelsregisternummer en het BTW-nummer vervangen.

De land- of tuinbouwer, die de zelf voortgebrachte producten op het eigen bedrijf verkoopt aan de eindverbruiker is geen handelaar. Zelfs niet indien de eigen producten een primaire verwerking hebben ondergaan (zoals het maken van boter en kaas, het wassen en verpakken van aardappelen).

! ! ! We spreken wel van een handelsactiviteit op het ogenblik dat niet-eigen geproduceerde producten (!) mee worden verwerkt of als een niet-primaire verwerking wordt uitgevoerd (zoals de verwerking tot conserven of het slachten van dieren en versnijden van vlees). Ook wanneer producten buiten het landbouwbedrijf of aan een niet-eindverbruiker (nvdr: winkel, marktkramer, collega thuisverkoper) worden verkocht, is er sprake van een handelsactiviteit en is een ondernemingsnummer vereist.

Bron: Boer & Tuinder dd 16 juni 2006 pag 39: auteur Saartje Degelin

Andere links:

Hebt u opmerkingen, vragen? Mail ons op info@boerenopeenkruispunt.be: we zoeken het voor u uit.

aanmelden homepage

Ik we​ns hulp

Vraag gratis ondersteuning door vzw Boeren op een Kruispunt:

Ja, ik wens hulp

Of bel gratis 0800 99 138
Of 09 330 67 43