zondag , juni , 26 2022

aanmelden homepage

Ik we​ns hulp

Vraag gratis ondersteuning door vzw Boeren op een Kruispunt:

Ja, ik wens hulp

Of bel gratis 0800 99 138
Of 09 330 67 43

Wanneer je kosten per geproduceerde eenheid stijgen, dan is de uitdaging des te groter

“Je moet groeien om de stijgende kosten terug te verdienen”

Veel boeren die klagen over het povere rendement op hun teelten, krijgen dit te horen.

‘Door schaalvoordelen te benutten heb je meer toekomst’ We zochten een en ander op.

Schaalvoordeel is het economische voordeel dat gerealiseerd wordt door op grotere schaal te opereren. In het algemeen dalen de gemiddelde kosten per eenheid output bij een toenemende schaal omdat vaste kosten gespreid worden over meer eenheden output.

In de meeste bedrijfseconomische boekhoudingen houdt men er geen rekening mee dat sommige ‘vaste’ kosten precies door de schaalvergroting ‘variabel’ worden.

1) Arbeidskosten stijgen door de groei

Bij een vorige generatie was arbeid een vaste kost, en zelfs niet zichtbaar in de kostenstructuur. Onze ouders leverden zelf alle arbeid. Zelfs bij een uitbreiding konden ze nog de arbeid zelf rondkrijgen.

Bij de uitbreidingen die we nu zien, is arbeid wel degelijk een extra kost, die best wordt opgenomen in de bedrijfseconomische boekhouding. We schreven hierover al een voorbeeld.

  • In verschillende externe publicaties blijkt dat het gemiddeld arbeidsloon van een boer of tuinder lager dan 10 euro is. Gemiddeld wil zeggen dat 50% van de ondernemers dit loon niet haalt.
    Wanneer zo’n bedrijf zijn omzet wil verdubbelen , door de productie te verdubbelen, dan is de arbeidskost van de extra productie wel degelijk een variabele kost.
    Wanneer de teeltmedewerker inclusief sociale bijdragen en patronale bijdragen duurder is dan het vroegere uurloon van de ondernemer, dan is het schaalvoordeel een schaalnadeel geworden.
  • Daarom is het belangrijk om bij de kostprijsberekeningen van teelten eerst de arbeidskost van de teelt berekenen.

2) Grondkosten stijgen door de groei

Grond was vroeger een vaste kost. De meeste grond, die onze ouders gebruikten, was ofwel eigendom of wel een normale landbouwpacht.

  • Vandaag zien we uitbreidingen waar de kostprijs belangrijker wordt.
  • Ofwel wordt er grond bij gekocht. De rentelast (zonder aflossing) doet de kostprijs voor grond, niet dalen, maar stijgen.
    Bijvoorbeeld:
    Een melkveebedrijf heeft een deel grond in eigendom en een deel in pacht. (stel 1/3 in eigendom en 2/3 in langlopende pacht: dan kost de grond 340 €/ ha of 2 ct / l melk (bij een melkproductie van 17.000 l/ha)
    Door uitbreiding wil dit melkveebedrijf grond bijkopen om te voldoen aan de behoefte aan ruwvoeder of mestafzet, betaalt (in bepaalde streken) 50.000 euro per ha. Bij een rente van 3.4% kost deze grond al 1700 euro per jaar aan rente (zonder aflossing).  
    Hierdoor is de vaste kost van grond geen 2 ct/ l, maar 10 ct/l.
  • Andere melkveebedrijven groeien op basis van seizoenpacht. Zelfs indien er 850 €/ha wordt betaald, komt dit overeen  met een kostprijs van 5 ct/l
  • De seizoenpachten nemen toe in Vlaanderen: veel vollegrondgroenten bedrijven zoeken voor hun gespecialiseerde teelten ieder jaar verse grond en zijn bereid meer dan een (langlopende)landbouwpacht te geven.

    Bovendien zagen we verschillende ondernemers in de varkenshouderij en pluimveehouderij die de rentmeesters van de grootgrondbezitters bezochten. Om de kostprijs van hun krachtvoeder deels in te dekken, zijn zij ook bereid om een veelvoud van een landbouwpacht te betalen.
    Hierdoor gaan boeren en tuinders zelf de pachtwet onderuit halen en zitten we voor de volgende jaren in een andere pachtmarkt.

3) Administratiekosten stijgen door de groei

Boekhouding op een klein forfaitair belast bedrijf kost relatief weinig. Naar mate het bedrijf groeit zien we meer ‘vervennootschappelijking’. Dergelijke boekhoudingen zijn veel complexer en vragen meer tijd. Wanneer we de boekhoudkost per factuur uitrekenen komen we cijfers tegen van 5 tot 10 euro per geboekte factuur.

  • Een bedrijf met veel teelten en diversificatie heeft het extra moeilijk: naarmate in iedere teelt meer administratie wordt opgelegd, dermate er ook meer externe administratie ondersteuning nodig is. Wie alle soorten administratie voor een land- of tuinbouwbedrijf overschouwt, ziet dat er geen enkele adviseur in Vlaanderen al deze administraties snapt of kan invullen.
    Hierdoor zijn er zelfs meerdere specialisten naast mekaar nodig waardoor de administratiekost per geproduceerde eenheid kan stijgen.

4) Machine onderhoud en herstellingen stijgen door de groei.

Wie niet diversifieert en specialiseert, heeft minder last van de  administratieterreur. Bovendien kan hij efficiëntievoordelen halen: door gericht te investeren in machines en gebouwen kan hij meer product per uur produceren.

  • Het grote nadeel van deze gerichte investeringen is echter dat ze meestal niet compatibel zijn voor andere teelten. Je kan moeilijk een zeugenstal ombouwen naar een geitenstal, konijnenstal of pluimveestal (en andersom).
    Je kan moeilijk een melkrobot ombouwen naar een bloemkool oogstband.
  • Het onderhoud van deze gespecialiseerde machines is trouwens ook veel duurder dan de klassieke machines, die men gebruikt op een klassiek bedrijf.

5) Buffer om een laagconjunctuur op te vangen wordt duurder door de groei.

Als gespecialiseerd bedrijf heb je  meer risicokapitaal nodig om een laag conjunctuur te overbruggen.

  • Wie net uitbreidde, heeft meestal niet deze middelen ter beschikking.
  • Wie al een tijdje deze middelen reserveerde, heeft het dikwijls belegd in beleggingsproducten (grond of aandelen). Deze beleggingen zijn minder inwisselbaar dan men veelal denkt. Vooral wanneer de belegging met verlies moet verkocht worden, is de neiging groot om een extra kaskrediet te vragen aan de bank.
    De kostprijs van kaskrediet is meestal veel hoger dan het gemiddeld rendement van kapitaal in de sector. Wanneer een bedrijf gedurende lange tijd zijn kredietlijn moet gebruiken, doet dit de kostprijs per geproduceerde eenheid product ook stijgen.

Besluit

Alles bij mekaar hebben we 5 verschillende vaste kosten, die dikwijls eerder behoren bij de variabele kosten.
Samengeteld draaien ze soms de schaalvoordelen om naar schaalnadelen.

Top