Je bent hier : Verhalen  >  Getuige22
woensdag , juni , 19 2019

De mist trekt voor ons op, nu nog even wachten op de zon.

"Genoeg gescharreld"

"We hebben zeer een moeilijke periode gehad, maar we kwamen er goed van af, we konden vermijden dat we met een grote schuldenput eindigden," vertelt May. May en Jef konden hun leghennenbedrijf verkopen op het ogenblik dat de eierprijzen even aantrokken. Al blijft dat 10 jaar zwoegen uiteindelijk uitdraaide op een financiële nuloperatie.

May komt uit een landbouwersgezin. Haar ouders hadden een gemengd landbouwbedrijf.
In 1999 bouwden May en haar man met een nieuw kippenbedrijf op een stuk grond van haar vader. Het ging op dat moment om 14.000 scharrelkippen. Er waren toen nog weinig scharrelkippenbedrijven.
Er werd samengewerkt met een voederleverancier/integrator, die ook bij iedere ronde betrokken was bij de levering van de hennen. De man die de gesprekken voor deze firma voerde was een bekende voor May, want hij was reeds jarenlang de zakenpartner van haar vader. Dat schiep vertrouwen.
Er werd gebouwd, ondanks een bezwaar van de buurman/ondernemer, May gaf haar werk op en werkte met volle overgave op hun nieuw leghennenbedrijf. Jef, haar man, behield zijn job.

Al gauw na het opstarten werd duidelijk dat de winstmarge maar krap berekend was. Prijzen van eieren gingen gestaag naar omlaag, afbetalingen van investeringen bleven stabiel, onkosten gingen naar omhoog. Bovendien werd het bedrijf geregeld geconfronteerd met onvoorziene omstandigheden, waarvoor geen of onvoldoende buffer kon worden opgebouwd.
Al in de eerste jaren was er de dioxinecrisis, het bedrijf had hier echter slechts geringe schade te lijden. Anders was het met de uitbraak van de vogelpest in 2003. Deze crisis leidde tot het opschorten van een nieuwe ronde. De stal bleef leeg, de inkomsten uit de eieren bleven uit, maar de stal moest natuurlijk wel verder worden afbetaald.
De belangrijkste oorzaak van de malaise, het uitblijven van goede eierprijzen, bleef aan de orde. Daarom werd in 2004 overwogen om het bedrijf uit te breiden met een wintertuin die het mogelijk zou maken om van 14.000 naar 30.000 kippen te evolueren.
"Méér kippen houden werd door de voederleverancier voorgesteld als een voor de hand liggende oplossing om het landbouwinkomen te verbeteren. Wanneer wij opperden dat het tegelijk ook een financieel riskante oplossing was, werd dit weggepraat…" De uitbreiding met de wintertuin kwam er.

Escalerende moeilijkheden stelden zich met de buurman die zich tegen de komst van de nieuwe, grote stal kantte. De uitbreidingswerken werden vertraagd doordat hij allerlei, vaak ongegronde, klachten ging indienen en er telkens weer nieuwe juridische procedures werden opgestart. "Het effect van zo'n conflict op je gemoed is enorm," vertelt May. De moeilijkheden met de buurman leidden ertoe dat May er in 2004 de brui wou aan geven. Jef wou echter doorzetten. Hij gaf zijn werk op en ging full time zorgen voor de kippen en May ging weer uit werken. De rollen werden gewisseld.

Naar aanleiding van de uitbreiding kregen May en haar man stilaan in de gaten dat de voederleverancier die ze eerder blindelings hadden vertrouwd, niet de best mogelijke contracten voorstelde.
Het kwam hen voor dat zowel de risico's op minder eieren (wegens ziekten, voederproblemen,...), als het risico op minder goede eierprijzen, systematisch op hen werden afgewenteld. Zo bleek het voeder zelf onvoldoende eiwitrijk. De bediscussieerde aanpassing van het voeder werd hen volledig doorgerekend.
Er werd naar aanleiding van elk nieuw contract dan ook steeds meer vergeleken met voorwaarden bij andere voederleveranciers en steeds harder onderhandeld. Geleidelijk aan gingen May en haar man zich zo autonoom mogelijk opstellen tegenover de leveranciers.

Intussen woedde de (eerste) bankencrisis en weigerden de banken om de uitbreidingsplannen van de kippenstal te financieren. Toch ging haar man door met de plannen. Hij verwierf krediet door alle schuldeisers zelf om uitstel van betalen te vragen en er bleken voldoende mensen die in hun project geloofden... Intussen gingen beide partners zelf weer uit werken om de aanbouwwerken te kunnen betalen. Financieel zeer moeilijke jaren volgden.

Toen er uiteindelijk toch even verbetering in de eierprijzen was, kon weer harder worden onderhandeld over een beter contract voor een volgende ronde. "Het hard onderhandelen is best wel zwaar als je zelf zo krap zit, iedere ronde is erop of eronder. Dat zijn weken die ik niet meer wil meemaken'', zegt May. Naast het onderhandelen met leveranciers en afnemers, werd ook de stap gezet naar het te koop zetten van het bedrijf. Met een heel dubbele gevoelens.

Er diende zich ook een kandidaat koper aan voor het bedrijf. Deze wou eigen bestaande kippenkwekerijen verder uitbreiden en bood voor het bedrijf een behoorlijk hoge prijs. May aarzelde eerst nog, maar Jef niet. Het bedrijf werd verkocht.

"Ik ben wel blij dat we het bedrijf verkocht hebben. Zoals de eierprijzen ondertussen geëvolueerd zijn, hadden we onze onkosten, lening, voeder enz... niet kunnen betalen. We hebben nu ruim een jaar te tijd genomen om afscheid te nemen van ons bedrijf. Het is moeilijk om afscheid te nemen wat ooit 7/7 je doen en laten was. Ondanks de harde tegenslagen hoopte je steeds op beterschap."

Jef werkt nu als vrachtwagenchauffeur. May gaat een nieuwe richting uit: ze zal een jaaropleiding voor verzorgster volgen.

"Achteraf beschouwd waren het bij ons de zware aflossing voor de bank en het naïef zijn in sommige onderhandelingen over uitbreiding en contracten, die ons in de problemen brachten. We volgden al te gedwee "de goede raad" van banken en voederfabrikanten die ons beloofden dat alles wel in orde zou komen. Dit zijn levenslessen," besluit May. Tegelijk geeft May ook graag toe dat ze liever niet graag luisterden naar mensen die hun met de beste bedoelingen wilden waarschuwen tegen de risico's van hun onderneming. "Je wilt dat gewoon niet aannemen".

In het ontsnappen aan 'het ergste' was voor May de rol van haar vader van grote betekenis. Ze vreesde zijn reactie, maar haar vader gaf haar als het ware zijn fiat gaf om met de hele onderneming te stoppen. Hij erkende dat ze zeer hard hadden gewerkt en aanvaardde ook dat het niet lukte en dat zijn dochter en schoonzoon misschien beter stopten.

"Wat de toekomst brengt zien we wel", "We hebben een nieuwe start genomen, de kinderen zijn gelukkig," zegt May.
"Ik hoop van harte dat de landbouw in België een mooie toekomst krijgt", "Dat familiale landbouwbedrijven blijven bestaan en dat eindelijk de mist verdwijnt van de prijs tussen producent en consument. "

(naam wel bekend bij vzw)

Op zoek naar ondersteuning
of een luisterend oor?

Bel gratis naar 0800.99.138.

Verder naar Uitgebreide verhalen van adviesvragers

Top