Je bent hier : Verhalen  >  Getuige33
dinsdag , maart , 19 2019

Loslaten of nog niet? Durf ik een nieuwe toekomst aanpakken om de kinderen de ruimte te geven?

"Te jong om over te laten."

Ik was 50, had een mooi bedrijf opgebouwd. We hadden mooie resultaten en konden genieten van ons bedrijf en ons gezin. Mijn zoon had meer opleiding genoten dan ikzelf en was het werken voor een baas buiten het bedrijf beu.

"Pa, ik wil boeren. " Op zich had ik dit al lang verwacht en was ik trots op zijn vastberaden mening. Alleen stond ik voor moeilijke keuzes: ik kon uitbreiden om werk en inkomen te vormen voor 2 gezinnen. Ik kon ons bedrijf verdubbelen van grootte of een ander bedrijf bijkopen. Verdubbelen of bijkopen leek me niet haalbaar: dan zou het werk zeker niet rond te draaien zijn en 'hoe gaat onze zoon dan zo'n groot bedrijf aan een schappelijke prijs kunnen overnemen?'

En toen kwam de donderslag: 'Laat me het bedrijf overnemen'. En ik dan? En wat gaat ons moeder dan doen? Maandenlang heb ik getwijfeld: zou ik dan toch moeten investeren om op het bedrijf te mogen blijven? Moet ik mijn zoon nog 5 - 10 jaar laten wachten? Dan loop ik misschien het risico dat hij niet eens meer wilt overnemen. "Groei is de toekomst." "The winner takes it all".

Omdat we het zelf verschillende jaren financieel moeilijk hadden, heb ik uiteindelijk geweigerd om mijn zoon zijn toekomst te hypothekeren. Geen uitbreiding, geen groei, was mijn overtuiging. En zo heb ik het bedrijf overgelaten, zoals het was: op mensenmaat, aan een menselijke overnameprijs met genoeg kansen voor de jongeren om later te groeien naar hun eigen kunnen.

Op mijn 54ste stonden we zelf wel op straat: met spaarcenten, met het geld van de overname, maar zonder nieuwe toekomst. Maanden hebben we erover gedaan: eerst gingen we meewerken op het bedrijf. 'Welcome in 2010: het moet nu allemaal anders': hoorden we regelmatig. Telkens we de zoon of schoondochter goede raad wilden geven, kregen we het te horen. 'Vandaag moet je ondernemer zijn en risico's durven nemen', zeiden ze dan. We kregen er koude rillingen van. Zodra we reageerden op basis van onze ervaring, kregen we te horen dat zij de hoeve hadden overgenomen, gekocht. 'We hebben jullie uitbetaald, dus wij zijn eigen baas'.

We werden met zachte hand een beetje op straat gezet. We voelden ons overbodig en afgeschreven. We zagen het niet meer zitten: Dan geef je eens je boerderij af aan de jonge gasten, en dan ben je niet eens meer welkom. Als we hierover eens klaagden bij vrienden, kregen we steevast te horen dat we een luxeprobleem hadden: 'Jullie hebben toch geen zorgen meer zeker: jullie schaapjes zijn op het droge.' 'Mensen kijken altijd naar onze mooie voordeur, maar niemand kent de emotionele geschiedenis van onze achterkeuken.'

Onze relatie kwam hierdoor zelfs in de knel: we maakte ruzie over onbenulligheden. We praatten bijna niet meer, omdat geen van beiden het antwoord wist. Door deze conflicten voelden we ons op de duur als een oude weduwnaar/weduwe. Voorlichting voor stoppers bestaat er amper. Wat er bestaat gaat over pensioenvorming, successieplanning, of subsidie-optimalisatie voor de jongeren. Niets over onze problemen en mogelijke oplossingen.

Na een tip in de Nieuwsbrief van Boeren op een Kruispunt zijn we zelf in een soort loopbaanbegeleiding gegaan: we hebben tijd gemaakt om te zoeken wat we nog graag zouden doen en wat we ook fatsoenlijk doen. Dit is niet gemakkelijk: Ik zei telkens: ik ben boer en wil weer boer worden. Zelf ben ik met vele gesprekken erop uitgekomen dat ik graag samenwerk met anderen: dat vind ik gezellig. Ik werk nu mee in de bouw, maar ik sta in de streek ook bekend als vervangboer, hulpboer, klusboer, aanvulboer, opvulboer, .... noem maar op. In drukke periodes word ik opgebeld door (meestal jongere) collega's, die me nu vriendelijk vragen om alstublieft te komen helpen bij de oogst, bij een verbouwing, of gewoon om hun dieren te verzorgen, terwijl de jeugd naar een feest moet.

Mijn vrouw had het nog moeilijker dan ikzelf: ze wou niet meer onder de constante druk staan van het landbouwwerk, maar kon tegelijkertijd de dagelijkse drukte niet missen. De handelaars, de voorlichters en zelfs de collega's hadden geen tijd meer om ons te bezoeken: we telden door het overlaten ineens niet meer mee. Als het vlotjes rond draaide op hun bedrijf, hadden de kinderen geen tijd voor ons. Telkens ze tegenslag hadden, kwamen ze langs om dingen te vertellen die we niet wilden horen. Voor mijn vrouw stelden de kinderen voor om iedere dag te zorgen voor de kleinkinderen, maar daar wordt mijn vrouw hyperzenuwachtig van. Geef me een stal dieren, en ik zal het wel rond krijgen, maar kleine kinderen? Die maken me onzeker. Mijn vrouw zei telkens: ik kan alleen boerinnenwerk. Gelukkig is ze opgevist door verschillende vrijwilligersorganisaties. Ze heeft nu een zo'n drukke agenda, dat ze niet eens meer tijd heeft om mee te helpen op onze vroegere boerderij. En als het daar dan eens lukt om mee te werken, dan zijn de kinderen superdankbaar: want "het was nodig, mama".

Na een heel onzekere periode hebben we allebei onze weg gevonden: Zo kunnen we het nog wel jaren volhouden. Eigenlijk waren we te jong om over te laten, maar gelukkig wel jong genoeg om een nieuw leven aan te pakken.

(naam wel bekend bij vzw)

Op zoek naar ondersteuning
of een luisterend oor?

Bel gratis naar 0800.99.138.

Verder naar Uitgebreide verhalen van adviesvragers

Top